De roman als een weg en wat je dan kunt zien

Goede romans, een korte introductie

Recentelijk las ik drie goede romans. Ik meen ze in hun totale afwijkendheid te kunnen rubriceren onder 1 gemene deler die daarmee voor mij misschien ook wel een voorwaarde voor een goede roman is: complexiteit.

Veel kleinere romans zijn een ‘weg met wat struikgewas aan de kant’ waarachter onmiddellijk het grote niets gaapt: in een mindere roman zie je duidelijk welke kant je op moet, maar als je een andere kant probeert uit te kijken, neem je waar dat de schrijver die niet ingevuld heeft. Er is geen omgeving.

Dat beeld van een weg en wat je kunt zien als je je blik afwendt van de route waarin je gestuurd wordt, is meen ik instructief bij drie voorbeelden.

Jonathan Franzen Purity
De complexiteit van deze roman is tweeërlei, de weg in het voorbeeld is niet recht, het boek valt uiteen in meerdere stukken waarvan je bij begin van lezing niet onmiddellijk weet waar op de tijdslijn ze staan en hoe ze verband houden met het voorgaande. Daarbij is het landschap ingevuld, de schrijver laat je delen in wat er naast het struikgewas, achter de façade nog meer aan de hand is, een relatie is niet zomaar vertroebeld, we maken –hoewel het niet strikt noodzakelijk voor de plot is – goed mee hoe gecompliceerd een relatie wordt door eindeloze discussies waar men niet uitkomt, we krijgen dus meer te zien dan nodig voor de afwikkeling van de plot. Goed geschreven, gedetaileerde niet onmiddellijk plotgerelateerde tekstdelen. Landschap. Door de struiken heenkijkend, zien we nog steeds dat landschap. Daarbij is het landschap modern, een grote kracht van de grote Amerikaanse roman is dat ze vaak moderniteit vanzelfsprekend weet in te lassen. Dit boek gaat bijvoorbeeld ook over WikiLeaks.

Vladimir Nabokov Pale fire
De weg in mijn voorbeeld is rechtlijniger, maar er zijn twee wegen, en je moet steeds heen en weer van de ene naar de andere, zo lopen misschien parallel. Je kunt vanaf de ene weg de andere zien, door het ingevulde landschap heen, en je kunt terug op de weg, je kunt je omkeren, je blik als lezer 180° draaien. De complexiteit van deze roman schuilt in een lang gedicht, en een commentaar erop waarvan je al snel doorhebt dat het niet slaafs het gedicht wil volgen, maar een eigen weg wil gaan. De weg is misschien dus zelfs een ‘vorkend pad’ wat een kernbegrip in het werk van Nabokov is, de schrijver heeft twee schrijvers ontwikkeld die strijden om de aandacht van de lezer. Tussen deze verschillende interpretaties van de werkelijkheid moet de lezer kiezen, of niet kiezen. Er is dus heel veel landschap te zien naast de façade, het boek is zo complex dat het recht doet aan het leven. In de gedetaillerdheid van de poëzie en van het commentaar legt de schrijver het landschap aan waarin je wilt verblijven. Je kunt om je heen kijken op deze weg.

Boris Pasternak Dr. Zjivago
In februari verschijnt de vertaling in de Russische Bibliotheek van dit boek, door Aai Prins. Iedereen kent de naam Zjivago, sommigen kennen de film, weinigen lazen het boek, vrijwel niemand nog in de vertaling van Aai Prins. Ik heb met tranen in mijn ogen zitten lezen, en niet van verkoudheid. Wat de complexiteit van dit boek uitmaakt is moeilijker dan bij de vorige voorbeelden. Pasternak is een dichter die een roman geschreven heeft, een afgrondelijke opgave voor de vertaler, maar wat een proza levert het op!

‘Niemand maakt de geschiedenis, zij is onzichtbaar, zoals je ook het gras niet kunt zien groeien. Oorlogen, revoluties, tsaren en Robespierres zijn haar organische instigatoren, haar gist. Revoluties worden voortgebracht door mensen van de daad, eenzijdige fanatici, genieën van zelfbeperking. In enkele uren of dagen werpen zij de oude orde omver. Omwentelingen duren weken, vele jaren, en vervolgens buigt men decennia, eeuwenlang voor de geest van beperking die tot de omwenteling heeft geleid, als was het een heiligdom.
In zijn weeklacht om Lara beweende hij ook die verre zomer in Meljoezejevo, toen de revolutie een uit de hemel op aarde neergedaalde godheid was, de god van die zomer, toen elk op zijn manier door het dolle heen was en het leven van iedereen op zichzelf stond en niet een aanschouwelijke illustratie was die de gerechtigheid van een hogere politiek bevestigde.
Terwijl hij zo de meest uiteenlopende dingen neerschreef, verifieerde en constateerde hij opnieuw dat kunst altijd de schoonheid dient en dat schoonheid het geluk is vorm te hebben, dat vorm op zijn beurt de organische sleutel is tot het bestaan, dat al wat leeft vorm moet hebben om te bestaan, en dat aldus kunst, waaronder ook de tragische, een verhaal is over het geluk van het bestaan. Deze overpeinzingen en notities brachten hem ook geluk, een geluk zo tragisch en vol tranen dat zijn hoofd er moe van werd en pijn deed.’

De complexiteit van Pasternaks roman gaat nog weer verder dan die van de bovenstaande voorbeelden. In mijn beeld: we bevinden ons op een weg, die leidt niet van a naar b zonder meer, we kunnen door de bomen heen kijken en zien een heel ingevuld landschap, we kunnen op de weg terugkijken, en: we kunnen de camera op onszelf richten, in ons denken waarnemen. Deze roman doet het allemaal, en levert een andere uitzonderlijke kwaliteit: je kent en begrijpt de hoofdpersoon, houdt van hem, hoort zijn stem, volgt zijn denken. Zijn waarnemingen en overwegingen voegen zich naar onze eigen gedachten en herinneringen. In Pasternaks roman sta je ook zelf op die weg. Wat een complex en geweldig boek!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.