De wereld als markt en strijd, twee gesprekken en een boek

1.

Aan de bar van een restaurant hang ik met zoon Zeb te wachten op de rekening na een diner op een mooie avond (gisteren) in een druk restaurant waar bezwete obers rondhijgen, op een na, een sterk op de jonge Vincent van Gogh gelijkende man die rust en waardigheid uitstraalt. Op de bar een krant .

                ‘Wat bedoelt Samsom met dat we geld moeten uitgeven.’

                ‘Nou dit, uit eten gaan, naar de winkel gaan om iets te kopen.’

                ‘Maar dat is toch juist niet goed, we moeten toch juist minder uitgeven?’

                ‘Samsom zegt dat de economie beter op gang komt als iedereen wat  meer zou uitgeven.’

                ‘Maar iedereen heeft het steeds over bezuinigen en dat alles teveel kost dus dat je daarom minder moet uitgeven. ‘

                ‘De overheid moet minder uitgeven omdat ze minder binnenkrijgen, maar de mensen in het land moeten juist meer uitgeven, dan gaat de economie weer draaien. Als wij zo de rekening betalen kan de baas van het restaurant morgen een paar nieuwe sportschoenen gaan kopen. Dat doet hij dan ook omdat het gisteravond lekker liep in zijn restaurant. Hij heeft dus het gevoel dat hij meer kan uitgeven. De man van de sportschoenenwinkel draait morgen een goede dag. Hij gaat een nieuwe pan kopen in de keukenwinkel.

                ‘En de baas van de pannenwinkel koopt een harinkje extra, de visboer gaat naar de Marqt en koopt een zak chocoladekoffiebonen en de Marqtbaas  koopt een nieuwe Ferrari en de autohandelaar koopt een nieuwe jas en de jassenwinkelbaas koopt een paar tijdschiften, de sigarenboer gaat een vakantie boeken, de vakantiewinkeliemand gaat….’

                ‘Ja, zo ongeveer. En er is eigenlijk al heel erg lang strijd over of je als het slecht gaat met de economie moet bezuinigen of juist geld moet uitgeven. Alleen is Samsom het nu met Rutte eens.

                ‘Nou dat mag ook in de krant. ‘

                ‘Ja daar staat het ook. ‘

(Rekening komt, zoon grist zes van de acht pepermuntjes mee)

 

2.

(Later die avond, vrouw schuift de VPRO gids naar me toe)

 

                ‘Hier, bekijk deze eens en zeg wat je er van vindt.’

                ‘Van een gids, nou niet zoveel, moet ik echt beginnen te lezen?’

                ‘Kijk nou gewoon even. Hoeveel bladzijden tel je.’

                ‘82’

                ‘De vorige telt 96 bladzijde.’

                ‘Hij is 16 bladzijdes dunner.’

                ‘14’

                ‘Oh ja.’

                ‘Ja, en dat zijn de 16 bladzijden die ik altijd lees, of eigenlijk: dat zijn de enige 16 bladzijden waarom je zo’n gids zou hebben, het leuke stuk, boeken, documentaires, interviews, kijk eens bij de medewerkerslijst, die is gehalveerd.’

                ‘Sjezus, Wim Brands is ook weg, en Dirk–Jan Arensman.’

                ‘Hoe denken ze die gids nou nog te kunnen verkopen, ik betaal 60 euro in een jaar om die vereniging overeind te houden, in ruil daarvoor krijg ik goede programma’s en een mooie gids, nu stoppen ze eerst met die goede programma’s en vervolgens kleden ze die gids uit. Alsof ik niet in de krant kan zien wanneer welk programma komt. Denken ze daar niet aan?’

                ‘Ze moeten bezuinigen.’

                ‘Maar dat is toch wat anders dan de inhoud om zeep helpen, de enige reden dat je überhaupt zo’n gids hebt.’

                ‘Dan moet je hem opzeggen.’

                ‘Ja, dat ga ik ook doen. Alhoewel, dat is wel een beetje zielig, als iedereen dat doet, hebben we geen VPRO meer.’

                ‘Maar je moet ze wel laten merken dat ze die gids niet voor een stelletje stomme varkens maken die niet door hebben dat je alle inhoud wegsnijdt, wie bedenkt zoiets? Je zegt op, veel mensen zeggen op en dan beseffen ze daar dat ze niet zo slim zijn geweest. Dat het tenslotte om de inhoud ging en dat de Kost voor de Baat uitgaat. Ze zetten Wim Brands weer aan het schrijven, en wij nemen de gids weer. Laten ze er dan maar een tientje bovenop doen.  Meer uitgeven, ben ik erg voor. ’

 

3.

Ik ben verdronken in een oeuvre (in de mooie of misschien veeleer zeer efficiënte vertaling van Martin de Haan), ik las Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq en vond het maar zozo. Toen las ik Platform, en dat vond ik sterk. Dus kocht ik vorige week alles (meer uitgeven) en lees nu De wereld als markt en strijd en wachten De mogelijkheid van een eiland en nog een paar boeken op me.)  Houellebecq heeft de economie gethematiseerd, en ik heb ontdekt dat ik dat in groeiende mate een boeiend – en voor mij in romans nieuw – fenomeen vind: de economie,  zoals Houellebecq van menselijke interactie, seks, vakantie, de economie als psychologische drijfveer maakt. Nu zie ik voorlopig de wereld als markt en strijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.