DTES

Met de reputatie van de Downtown Eastside was ik al bekend voordat ik in het vliegtuig naar Vancouver stapte. Om alvast een idee hebben van de stad waar ik ging wonen, maar bovenal om mijn zenuwen te bedwingen, las ik in de maanden voor vertrek veel over Vancouver en haar problemen. Vooral de informatie over East Hastings Street intrigeerde me, op dezelfde manier als Christiane F dat deed. Dat boek had ik als tiener gelezen met een mengeling van afgrijzen en fascinatie. Ik wilde meer lezen en tegelijkertijd was het een leven dat me verontruste.

De kruising van East Hastings met Main Street is de afgelopen jaren uitgegroeid tot het epicentrum van de Canadese opiod epidemic. Het aantal overdoses was afgelopen jaar zo alarmerend hoog dat er door de hele stad posters van de gemeente in de bushokjes hangen, die adviseren om niet in je eentje drugs te gebruiken en informeren dat naloxone, een opioïde antagonist, gratis te verkrijgen is. Omdat een epidemie geen onderscheid maakt tussen klasse, ras en gender hangen de posters ook in de wijken waar blonde kinderen op het gazon spelen in een zogenaamde muddybuddy, een waterdichte overal voor peuters.

Tweede Kerstdag was geen goed tijdstip om kennis te maken met waar ik, in afwachting van mijn visum, veel over had gelezen. Mijn vriend en ik waren naar Gastown, het oudste deel van de stad, gelopen en de snelste weg terug was door East Hastings. Hoe dichter we bij de kruising met Main Street kwamen, hoe meer het straatbeeld overeenkwam met de foto’s bij krantenberichten over slechte huisvesting, louche huisbazen en vermissingen van sekswerkers. Er stonden koepeltenten op het trottoir en mensen zaten in groepjes op de grond of hingen tegen de muur.

Ik keek naar de grond omdat ik eerder die week in het centrum een vrouw had gezien die zichzelf op straat had geïnjecteerd. Ik was misselijk geworden van het routineuze karakter van de handeling. Kijken naar de grond stelde me niet gerust. Op de stoep en in de goot lagen gebruikte naalden. Ik was opgelucht toen we thuiskwamen, maar voelde me ook schuldig omdat ik de mogelijkheid had terug te keren naar ons nieuwe appartement met uitzicht over de baai.

Een paar weken geleden maakte ik met een vriendin een wandeling in de stad en liepen we richting Gastown. Waar de panden op East Hastings erg slecht zijn onderhouden, worden in Gastown de bakstenen gebouwen uit 1900 door de gemeente grondig gerenoveerd om het toerisme naar Vancouver aan te wakkeren. Tussen deze twee wijken liggen slechts twee straten als bufferzone. Hier zijn de stoepen schoner en voelt het minder bedrukkend, maar zijn er ook mensen in een portiek bezig met een aansteker en aluminiumfolie. Iets verderop in de straat stond een jonge moeder met haar baby in een draagdoek te wachten om een koffiezaak binnen te gaan. De pijpen van haar spijkerbroek waren opgerold en aan haar voeten droeg ze designersandalen. Ze ging naar binnen nadat er twee mannen met spijkerjasjes en Blundstones – de enkellaarzen van hip Vancouver – naar buiten kwamen.

Ik keek omhoog, naar Hotel Europe, het flatiron building van Vancouver. Gebouwd in 1909 en in de jaren ‘90 verbouwd tot sociale huisvesting, waar huurders voor randstedelijke prijzen een kamer met eigen wasbak kunnen krijgen. De keuken, badkamer en bedwantsen worden gedeeld met de rest van de verdieping. In de straat ernaast, dichterbij East Hastings, manoeuvreerde een ober op een terras met volle borden in zijn handen om een zwalkende, verwarde man heen, alsof hij een pion op een hindernisbaan was.

De door de gemeente gesubsidieerde gentrificatie van Gastown staat in scherp contrast met de straten van East Hastings, waar non-profitorganisaties proberen te helpen met overdosis-preventie, safe walks voor sekswerkers en huisvestingcomités. In de twee straten ertussen vroeg ik me af of de vrouw met de baby en de ober hieraan gewend zijn geraakt, of dat ze zich ervan hebben afgesloten. Wat was er nodig om zonder scrupules je Range Rover SUV naast een koepeltent te parkeren?

Mira Aluç

Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.