Een begin #3: brieven

 

Deze brief zal je overvallen. Alles wat ik van je had was een naam. Ik vond je adres op het internet, zag je straat en huis vanuit de ruimte en wenste dat je gelukkig was onder dat kleine bruine pannendak. Ik zette mijn wijsvinger tegen het scherm, sloot mijn ogen en wenste het hardop. Ben je gelukkig?

Ik ben je nooit vergeten omdat je mijn eerste liefde was. Bizar hoe moeilijk het na al die jaren is dat op te schrijven. Hoe eng het nu nog is te zeggen dat het meisje dat ik ooit was van je hield. Ik herinner me je grote bos blond haar, je zachte ogen en de ruimte tussen je tanden die bij elke glimlach zichtbaar werd. Dat zullen je melktanden zijn geweest, nu ik erover nadenk. Het litteken in je wenkbrauw zal groter zijn geworden.

Ik ben je een uitleg verschuldigd, maar het licht in de kamer lijkt te dimmen en de pijn neemt toe. Naast me op de matras lonkt de bediening van de morfinepomp. Zo gaat het al dagen: ik schrijf tot denken onmogelijk wordt en druk dan op het gele knopje om te kunnen slapen. Tussen de pijnpieken en verdoofde dalen door reik ik ver buiten de muren van de kamer, soms zelfs naar de andere kant van de wereld.

Elias. Geen idee hoe lang ik net geslapen heb. Mijn vingers tintelen en mijn mond is droog als karton. Met details wil ik je niet vermoeien, maar in een geval als het mijne blijken de protocollen een peuleschil. Ze hebben me een datum en – bij benadering – een tijd gegeven.

Over tien dagen zal het zijn alsof ik nooit bestond. Op de ochtend van de elfde dag is dit bed leeg, de apparatuur die over me waakt herbestemd, samen met daadkrachtige Anniek en lieve verstrooide Sadiqa. Al mijn spullen zijn verkocht. Ik dacht dat het op zou luchten, maar met het afvinken van elk losse eindje groeide mijn verlangen naar eindjes die me met de wereld verbinden en het spijt me voor je, maar jij bent er een.

Buiten het raam van klas 1B begon de zon door de mist te dringen. De eerste stralen betastten het koude glas en maakten condens van onze adem waarvan de druppels een plasje vormden op de vensterbank. Ik doopte er mijn vinger in en stak hem in mijn mond. Zoet en helder water was het, zonder een hintje pindakaas of Colgate of een van de andere dingen waar kinderadem naar kon ruiken. Juf Kerstens had ons die week uitgelegd waarom onze adem in de winter wolkjes vormde en wat wolken waren en ik zag de klas als zee; de ruit als het gebergte dat de wolken dwingt te stijgen tot ze afkoelen en regen worden.

De deur van het klaslokaal ging open en je kwam binnen met het schoolhoofd zo dicht achter je dat je op zijn tenen leek te staan.

‘Dit is Elias Bruinsma,’ zei de directeur. ‘Hij is nieuw.’

 

Ik werk toe naar een nieuwe roman. Op woensdagen publiceer ik hier af en toe een mogelijke bladzijde. 

__________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Op 23 oktober van dit jaar verscheen zijn nieuwe en sterk autobiografische roman Het jasje van Luis Martín.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.