Een blonde boekenjongen

Ergens in de zomer van 2017 stond ik met vrienden op straat in de Jordaan. Ik had net de barbecue aangestoken, en we maakten ons op voor een lange dag van koken en wijndrinken.

Mijn gezelschap bestond uit koks die elkaar kenden van het werken in de horeca; iedereen had ingrediënten meegenomen, een flesje of twee. We hadden onze spulletjes binnen op het aanrecht uitgestald en zouden straks samen een menu gaan improviseren.

Naast de barbecue, op het blauwe bankje dat ik voor mijn vrouw getimmerd had, lagen stapels Engelstalige boeken. Ik had ze daar neergelegd in de hoop dat passanten ze mee zouden nemen, maar niemand toonde echt interesse. Tot er een extreem frisgewassen jongeman in een wit T-shirt langsliep, met een legergroene rugzak over zijn schouders.

De man hield halt voor de bank met boeken, stapte terug, kneep in zijn onderlip en deed weer een stap naar voren.

‘Excuse me,’ zei hij in wat later een Oekraïens accent zou blijken. ‘These books, they are for sale?’

‘Absolutely not,’ zei ik. ‘They are for free.’

Hij lachte, leek me niet meteen te geloven. ‘But these are good books.’

‘I know,’ zei ik. ‘I read them.’

De jongeman ging door zijn knieën en pakte mijn oude boeken één voor één op alsof het glazen muiltjes waren, laatste kansen op het vinden van een verloren prinses. Hij liet de ruggen door zijn brandschone handen gaan en rook aan de bladzijden.

‘You are certain I can take them?’

‘Yes,’ zei ik. ‘Would you also like a glass of wine?’

Hij stelde zich voor als Andrew Kobalia uit Kyiv, en we kwamen te praten over zijn stads- en naamgenoot Andrej Koerkov, schrijver van veelal absurdistische literatuur als Death and the Penguin, Penguin lost (beide niet in het Nederlands vertaald), Picknick op het ijs en De laatste liefde van de president.

‘Zullen we hem uitnodigen?’ zei ik tegen mijn vrienden. ‘Dat is toch leuk: je bent op vakantie in een vreemde stad, wordt van straat getrokken en krijgt weet-ik-hoeveel-gangen te eten met de allerfijnste wijn erbij.’

Ze vonden het een uitstekend plan, en kort daarop zat Andrew kaarsrecht en extreem beleefd bij ons aan tafel. Hij babbelde met iedereen even geïnteresseerd en complimenteerde ons met de wijn en de gerechten, zonder daarbij al te luid of emotioneel te worden. Als ik op dat moment een huwbare dochter had gehad, dan zou Andrew aan het einde van die middag met mijn dochter, mijn zegen en een bruidsschat zijn vertrokken.

Uren gingen voorbij terwijl een bataljon aan lege flessen zich vormde onder mijn aanrecht. Al die tijd zat Andrew Kobalia rechtop, bleef zijn T-shirt vlekkeloos, en sprak hij onderhoudend met mijn vrienden. Na dessert, koffie en digestieven gaf hij iedereen een stevige, warme hand en bedankte ons voor de gezelligheid, het eten en de wijn. Mij bedankte hij nogmaals voor de boeken, die hij voorzichtig in zijn rugzak schikte.

We liepen mee de straat op om hem uit te zwaaien, en merkten dat onze nieuwe vriend totaal niet onder invloed leek.

Een paar weken daarna kreeg ik een Facebookbericht van Andrew. Of ik hem mijn laatste boek kon sturen. Hij kende een uitgever in Kyiv bij wie hij het onder de aandacht wilde brengen. Ik herinnerde me niet mijn werk met hem besproken te hebben, maar er was wel meer wat ik me niet herinnerde van die middag; mijn boek ging naar het adres dat hij me opgaf en enkele dagen later kwam Andrew bij me terug: de bal lag nu bij de uitgeverij.

Toen ik gisterenochtend wakker werd, herinnerde ik me opeens die zachtaardige Oekraïner. Ik zocht hem op via Facebook en schreef: Andrej, my friend. Jesus. How are you?

Binnen een halfuur kreeg ik antwoord: I’m good. Joined territorial defense of Kyiv. Other relatives are mostly safe. I’m planning to fight until the city is lost (which is highly unlikely) or the province is free from Russian soldiers (it can happen in the nearest weeks).

Op Instagram kwam ik een foto tegen die hij had genomen vanuit een geïmproviseerde geschuttoren. Door een smalle horizontale ruit ziet hij uit op een gebarricadeerde toegangsweg. Op de voorgrond, in de toren: de gekruiste benen van Andrew Kobalia, in smetteloze khaki legerbroek gestoken, met een automatisch wapen er dwars overheen.

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, journalist en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit (nominatie Academica) en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín en Dorp (nominatie Boekenbon- en Librisprijs).