Een vreemdheid

Zo’n beginscène waarin we de hoofdpersonen nog niet zien, maar die bepaalde motieven alvast in beweging brengt – iets als de initiële, mysterieuze handeling in een detective

Na het lezen van mijn vorige stuk zei mijn vriend dat we wellicht niet hetzelfde onder het woord ‘blog’ verstaan.

Oké, het had wat essayistische trekjes.

Nou ja, trekjes.

 

10449144_815436288516236_1148165598_nGender en genre

Terwijl ik Judith Butlers Bodies That Matter las, begon ik te denken over genre. Al een aantal maanden ben ik bezig met wat ‘de roman’ zou moeten zijn, nadat ik het idee had opgevat er een te schrijven, en hoewel Butler het daar niet over had, zette ze me toch aan het denken. Het viel me op dat boeken en hun genre misschien niet zoveel verschillen van die ideeën over mens en sekse.

To claim that discourse is formative is not to claim that it originates, causes or exhaustively composes that which it concedes; rather, it is to claim that there is no reference to a pure body which is not at the same time a further formation of that body.

Het gaat erover dat als je van ‘sekse’ iets maakt dat puur voortkomt uit ‘theorie’, je het materiële ervan vergeet. Beweren dat theorie formerend is, is alleen niet hetzelfde als zeggen dat wat het formeert, eruit ontstaat – dat is het onderscheid dat Butler maakt.

Ze wil de aandacht vestigen op het hoe aanwijzen ook aantast. Zoals ik vorige week over citaten schreef, over hoe de herhaling telkens iets nieuws is, zo kun je ook denken over begrippen: het begrijpen van iets bestaat bij gratie van een bepaalde ‘citeerbaarheid’ – we moeten het (h)erkennen.

 

Wanneer je negen schapen met drie poten hebt, en één met vier, en die laatste begrijpt als een afwijking, tot je de kudde van je buurman ziet

Zo een methode leren: door hem heel vaak toegepast te zien worden.

Dan wordt hij wel zichtbaar, maar nooit als zodanig, het treed altijd op in de vorm van een exemplaar.

Tussen exemplaren en hun ideaal bestaat een spanning: exemplaren wijken af, omdat ze te specifiek zijn. Tegelijkertijd bestaat ons idee uit niets anders dan de ervaring van veel exemplaren. De vraag of een eigenschap onderdeel is van dat algemenere idee, kan nu wel vaststaan, maar blijft bij elk nieuwe gebruik de vraag.

 

Tussen boek en norm

Het interview waar ik vorige week ook al over schreef draagt tussen aanhalingstekens de titel: ik word moe van normale boeken. In het stuk komt dat zo terug:

Waarschijnlijk is het een fout van mijn kant, maar ik word snel moe van ‘normale’ boeken. Als je veel leest, wen je aan hoe schrijvers taal inzetten om te bereiken wat ze willen. Daardoor kan literatuur een lege herhalingsoefening worden. (…) Van een schrijver wil ik dat hij me eerst ontwapent, van alle verwachtingen ontdoet, zodat hij daarna alle vrijheid heeft om met taal te doen wat hij wil. De lei moet even schoongemaakt worden. (…) Ik wil iets maken dat ik zou missen als het er niet meer was. Dat is wat mij betreft de enige maatstaf die ertoe doet.

Het staat er allemaal wat stellig, en ik weet niet of ik het zo zou zeggen, maar ergens begrijp ik nog steeds wat er staat.

Normale boeken – het gaat me daar niet om boeken die ‘gewoon’ zijn, maar om boeken die zich te veel houden aan een bepaalde norm. Dat is die herhalingsoefening: het idee dat je alle aspecten van een specifiek boek, al (h)erkent als eigenschappen van zijn genre. Het idee dat het geen risico meer loopt.

Ik geloof dat een boek – wil het mij raken – zijn genre op het spel moet zetten. Niet uit een soort holle originaliteitszin, of zoiets; het gaat soms niet eens om vernieuwing.

 

Wat me na aan het hart ligt

Wil je, aan iemand anders, ergens over schrijven, dan zul je moeten delen in een zekere taal. Je moet woorden gebruiken die voor die ander iets betekenen. Tegelijkertijd moet je recht doen aan dat waar jij het over wilt hebben.

Soms is dat zo specifiek, dat elke generalisatie het al tekort doet.

Een boek moet dan niet een roman zijn, het moet er een kunnen worden.

Hoe kun je schrijven over je overleden broer in de vorm een vertaling, zonder zijn dood te reduceren tot tekst? (Anne Carson, Nox). Of over een trage, bijzondere liefde, zonder te beweren dat zoiets uit woorden bestaat? (Hiromi Kawakami Strange Weather in Tokyo).

Iedereen kan zijn eigen lijstje afmaken.

Waar ik op doel is dat, zoals zeggen dat sekse theoretisch is zonder te zeggen dat er geen geslachten bestaan, er in boeken moet worden geschreven terwijl wat je schrijft niet de oorsprong is van wat er gelezen wordt. Er is een gedeelde achtergrond, een taal waaruit je ‘citeren’ kunt, iets dat door anderen te herkennen valt.

En er zijn onderwerpen die totaal niet te begrijpen zijn. Er zijn gebeurtenissen waaraan zo’n herkenning tekort zou doen.

Dat is waarover, voor mij, dat antwoord ging. Het veroorzaken van iets nieuws – niet in de geschiedenis van de literatuur, maar iets nieuws in mij – kan alleen als er juist verzet wordt tegen een bepaalde herkenbaarheid. De boeken die mij iets doen, hebben het over iets dat tekort zou worden gedaan door zo’n consistentie. Die literatuur is gebaat bij het vasthouden aan een zekere vreemdheid, iets dat niet door de lezer te begrijpen, bezitten of anticiperen valt. Op sommige momenten wordt wat je leest veel belangrijker dan de vraag of het nog aan een of ander genre voldoet. Het op het spel zetten van je genre kan werken omdat het genre als zodanig bestaat bij gratie van boeken, potentieel bij gratie van jouw boek. Een boek moet bepalend zijn. Zulke boeken zoek ik, die iets weerloos te verdedigen hebben – die me laten zien hoe iets dat ik zo nog niet kende, me dierbaar zou moeten zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.