Eindejaarslijstje

Misschien komt het doordat we een winter als een lentebloem doormaken, maar alle decemberdingen komen steeds zo plotseling. Of ze zijn ineens al voorbij, terwijl ik nog de vlekken voor mijn ogen wegknipper omdat ik te lang in de zon gekeken heb. Zo ook de eindejaarslijstjes. Terwijl ik zo van de boekenlijstjes houd, al is het heel makkelijk erover te zeiken want iedereen kent wel een juweeltje dat totáál genegeerd wordt door alle critici.

Ik heb ook een boekenlijstje gemaakt, een particulier en achterhaald geval, want ik lees niet altijd met de actualiteit mee en loop nogal achter wat betreft canonieke klassiekers, waardoor er ieder jaar nieuwe meesterwerken te ontdekken zijn die iedereen al ontdekt had. Gelukkig zit er ook een miskend pareltje tussen.

1: De brieven van Gerard Reve, vooral die aan Carmiggelt. (Gerard Reve – Brieven aan Simon C. Veen, uitgevers, 1982)
Boeken die iets aan je leesgedrag veranderen zijn zeldzaam – althans in mijn geval, ik ben nogal eenkennig en rechtlijnig. Zo heb ik jarenlang geroepen dat ik niemands dagboek wilde lezen (enter de dagboeken van Vroman, daar ging ik ineens) en nog harder riep ik dat andermans brieven mij niet konden bekoren. In een verloren uur bladerde ik door Brieven aan Simon C. en stuitte op deze zin:

‘Ik vind het jammer dat bij een voetbalwedstrijd niet beide partijen kunnen verliezen, en dat er zo zelden doden bij vallen.’

Dan heb je me, hoor. Ik hoef u, die naar ik aanneem minder achterloopt dan ik, vast niets te vertellen over de incorrectheid van Reve. Het plaatsvervangende schaamrood steeg me regelmatig naar de kaken, waarbij ik ook nog eens heel hard moest lachen, en dit alles huichelachtig rechtredeneerde, want gestorven is-ie toch al.
Nu ben ik steeds op zoek naar mooie brievenboeken. Tips zijn welkom.

2: Michael Faber – Het boek van wonderlijke nieuwe dingen. Podium, 2015. Vertaling van Harm Damsma en Niek Miedema.
Over eenkennigheid en rechtlijnigheid gesproken: tot een paar jaar geleden wilde ik als ik een boek las, liever niets weten van de schrijver. Het boek an sich moest genoeg zijn. Maar bleek: heel veel boeken worden rijker als je weet waar het verhaal vandaan komt. Is dat erg? Niet als een boek zonder die informatie ook nog gewoon retegoed is natuurlijk. Dat is het geval met Het boek van wonderlijke nieuwe dingen – een meesterwerk, in mijn bescheiden mening, over een missionaris die naar een andere planeet wordt uitgezonden om de lokale bevolking over de Bijbel in te lichten. Ondertussen loopt, vanwege de twee verschillende werelden waarop ze zich bevinden, de relatie met zijn vrouw op de klippen. De beschrijving van de planeet, de vreemde wezens erop, zelfs de weersomstandigheden: geniaal. De lading van het boek als je weet dat Faber ’t schreef terwijl hij zijn eigen vrouw verloor: haast ondraaglijk, maar zo, zo knap.

3: Annelies Verbeke – Dertig dagen. De Geus, 2015.
Eén van de aimabelste romanpersonages die je je in kunt denken: Alphonse. In een roman die een verhaal vertelt, vragen oproept, geëngageerd is en fenomenaal geschreven – ik kan hier wel heel lang over door preken, maar volgens mij is alle lof (deze, deze, deze) terecht.

4: Bas Vandenbosch – Klem. Atlas Contact, 2015.
Een lief, prachtig, verhaal over een elfjarige jongen die zich schuldig voelt over de dood van zijn moeder. Een schets van de jaren ’60 die vooral het zwijgen en de beklemming illustreert. Op één of andere manier heeft men in de spaarzame besprekingen over dit boek besloten dat het een ‘klein’ verhaal is. Ik vind van niet. Het gaat weliswaar over een kleine jongen, in zijn kleine omgeving, maar het verlies van geliefden, schuldgevoel, de relatie tot je ouders en opgroeien überhaupt – dat zijn toch, om nog maar eens een stoplap te gebruiken, universele thema’s?
Ik wilde heel graag een voorbeeld geven van de goede zinnen die erin staan, de rake typeringen, de soms hilarische passages over bijvoorbeeld de ‘stoere jongen’ van de straat die het IQ van een pinda lijkt te hebben, maar ik heb het boek omdat ik het zo goed vond aan iemand uitgeleend. Aan wie is de vraag overigens, er is reactiemogelijkheid onder dit blog.

5: Siri Hustvedt – The Shaking Woman or a history of my nerves. Sceptre, 2010.
Vorige week zeverde ik op deze plaats over Leslie Jamison en haar gezever over zichzelf. Dat boek ben ik gaan lezen omdat ik zo onder de indruk was van The Shaking Woman. Hierin schrijft Hustvedt óók voornamelijk over zichzelf, waarbij ze de oorzaak probeert te achterhalen van de vreemde aandoening die haar achtervolgt; aanvallen van onophoudelijk schudden met het hele lichaam, alsof ze geëlektrocuteerd wordt. In haar zoektocht ontleedt ze niet alleen haar eigen persoon maar ook de geschiedenis van zenuwaandoeningen. Freud, natuurlijk, maar ook keihard neurobiologisch onderzoek. Het staat vol met interessante feiten en theorieën, naast ontroerende persoonlijke anekdotes. Precies de juiste verhouding, met nergens een dwangmatige drang tot het trekken van sluitende conclusies.

Met Marijn Sikken* had ik een zeer korte – ik zat in Duitsland, met knipperende wifi – Facebookberichtenwisseling over Jamison. Zij vindt dat die de masturbatieliteratuur overstijgt. Ik vind van niet, maar vind dat wel van Hustvedt. De grens tussen zelfbevrediging en literatuur zal voor iedereen op een ander punt liggen, denk ik zo, het is een interessante kwestie. Zo bezien kan ik met mijn vers ontdekte liefde voor autofictie, brieven en andere al dan niet egogerelateerde letteren in ieder geval nog even voort, in het nieuwe jaar.

*Marijn publiceerde bij toeval op dezelfde dag een (goed onderbouwd) stuk over Jamisons Examens in Empathie. Hier.

—-

AAEAAQAAAAAAAASkAAAAJDViMDhlMWE4LTdmMWMtNGE4MC05ZDU2LTQ4NzNkMDU2MTM2Ng

 

Roos van Rijswijk (1985) is redacteur van Tirade, publiceerde verhalen in diverse literaire tijdschriften en is één van initiatiefnemers van de J.M.A. Biesheuvelprijs. Ze is columnist bij Advalvas. In februari verschijnt haar roman Onheilig (Querido).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).