Full circle

Het is net ochtend te noemen en Nadim rent al over het terras, onderweg zijn Crocs verliezend. Uit het einde van een Linoleumgladde zee komt de zon op: we zijn niet in Nederland. 

Terwijl in de kamer boven ons Birre nog heel even de slaap der uitgeputte moeders probeert te slapen, waak ik de wake der wal-ogige vaders. De ruit van ons vakantiehuis toont mijn silhouet: een vroegtijdig gebogen man met afro die probeert een plastic loopfietsje uit de veren van een stretcher te trekken. Ik scheur mijn nagel en vloek alsof ik geen kind heb rondlopen.

‘Hoer!’ aapt Nadim. ‘Hoer!’

Met mijn vinger in mijn mond ga ik op de stretcher zitten. De claxon van het fietsje snerpt onder mijn kont.

Twintig jaar geleden zag ik voor het laatst de zon opkomen boven Catalunya, maar het lijkt wel vorige zomer dat we plankgas toeterend door de bergen reden, op zoek naar een afterparty in een housebunker ergens boven Calafell. Wie dacht die Gilles van negentien, ingeklemd tussen twee meiden op de polyester achterbank van Emilio’s Seat Ibiza, dat hij over twintig jaar zou zijn? 

Hij had geen idee. En ‘geen idee’ kan alles zijn.

Steeds vaker heb ik de gewaarwording dat ik – Buck Rogers* style – een tijd in cryostase heb doorgebracht, en in een wereld ben ontwaakt waar iedereen die ik ken veel ouder is geworden. Mensen die ik me als achttien herinner blijken dertig, getrouwd; vader van drie. Er zijn nieuwe Rosa’s, Jochems en Aries opgestaan die meer Rosa, Jochem en Arie zijn dat hun voorgangers.

Ik heb nooit achteruit willen gaan, terug willen keren op oude plekken. Kennelijk had ik het nodig mijn toekomst zo veel mogelijk open te houden. ‘Open’ kan tenslotte alles worden.

Sinds een week of vier kook ik door een samenloop van omstandigheden weer bij Toscanini, mijn lievelingsrestaurant en de horecaplek waar ik het langst gewerkt heb. Het voelt niet als achteruitgang, het is zelfs erg leuk, al zijn er wat bijwerkingen van mijn cryostase. Freaky, hoe Paul (een ober die voor mijn gevoel 21 moet zijn) opeens grijs haar heeft. Hoe niemand van het personeel nog rookt, en hoe sommigen zelfs gestopt zijn met drinken.   

Als Birre eindelijk wakker wordt van mijn gerammel en gestamp in de keuken, leg ik haar, tegelijk met een stuk toast met Manchego, mijn gedachten voor. Nadim vraagt om een part van de meloen die al twee dagen op is, en weigert verder iets te eten. Een voorbijzeilende meeuw blijft even hangen ter hoogte van ons terras en daalt dan verder af naar zee. 

Omdat het stil blijft aan de andere kant van de tafel lees ik de opzet van mijn column voor. Birre staart, kauwt, knikt. Ze trekt een nagelknipper uit Nadims tengels en stopt hem in de zak van haar joggingbroek. 

‘Je maakt er een grappig verhaal omheen,’ zegt ze, ‘maar het lijkt erop dat je het maar niks vindt. Die herhaling.’ 

‘Full circle is prima als die cirkel enorm is,’ zeg ik. ‘Maar wat nou als hij steeds kleiner wordt? Dan krijg je Groundhog Day**.’ 

‘Ik begrijp er niks van, Gil. En wat is Groundhog Day?’ 

In Buck Rogers in the 25st Century was ook voordurend verwarring omdat mensen/andere wezens niet begrepen waarover Buck het had. 

Zie je wel, denk ik, ik heb gelijk. Birre is maar negen jaar jonger dan ik en in haar wereld bestaat er nog geen Groundhog Day.    

 

 

* Buck Rogers in the 25st Century: een Science Fictionserie uit de jaren ’79-’81 over de belevenissen van een astronaut die na eeuwen bevroren te zijn geweest, ontwaakt in een nieuwe wereld. 

** Film met Bill Murray als cynische (sic!) weerman die ontdekt dat hij vast is komen te zitten in een zich eindeloos herhalende dag.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.