Gebruiken

In 2010 werd in Suriname open tuberculose bij me gediagnosticeerd, gevolg van een besmetting die ik waarschijnlijk al in 2000 in Cairo of Alexandrië heb opgelopen.

Veel mensen zijn zonder het te weten drager van de tuberkelbacterie, maar die knakworstvormige ellendenaar legt het vrijwel meteen af tegen elk goed immuunsysteem, waarna hij zich ingraaft bij zijn gastheer, hopend op een dipje in diens weerstand.

In Paramaribo kreeg ik pfeiffer – wat een dipje in de weerstand is – et voilà: bloedhoesten, ijlen, extreem gewichtsverlies. Als aspirantschrijver zag ik er de romantiek wel van in. De longarts van het Academisch Ziekenhuis verklaarde me unfit to fly, wat inhield dat ik op kosten van mijn zorgverzekering langer in mijn geliefde SU mocht blijven.

Kleine minpunten: een alcoholverbod, als enige witmans in de wijde omtrek boodschappen doen met een mondkapje, en natuurlijk wat verlies van longcapaciteit. Toen de bergen antibiotica grip kregen op mijn tuberkels en ik weer naar Nederland mocht, zei dokter Gopi me vooral niet te roken, omdat vuiligheid nu makkelijk kon ophopen in de beschadigde delen van mijn longen en nóg sneller voor ellende zou zorgen.

Ik zag er geen probleem in, voelde geen behoefte aan tabak, maar op een of andere manier sloop de gewoonte deze stukjes onder invloed van cannabis te schrijven er over de jaren in. Elke dinsdagavond draaide ik een heel licht jointje van geurige zoete hash en begon dan voor me uit te tikken.

De rook gaf me een zetje, duwde me uit het humeur van de dag en op weg naar een plek waar woorden vanzelf kwamen.

Afgelopen vrijdag gaf ik mijn stash door aan mijn broer. De angst mijn longen te beschadigen verpestte het genot te zeer, en vanavond tik ik voor het eerst in lange tijd een stukje nuchter.

Toen ik Nadim vanmiddag ophaalde van school, vertrouwde ik Femke (een bevriende ouder die deze stukjes vaak leest) toe dat ik het maar spannend vond. Dat ik het zo gewend was met dat jointje, en nu misschien niet eens zou weten waarover ik schrijven moest.

Femke tuurde voor zich uit zoals je doet terwijl je met andere ouders praat en wacht op het opengaan van schooldeuren.

‘Nou,’ zei ze na een tijdje. ‘Het klinkt alsof jij je onderwerp al hebt.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.