Gelukkige relaties

Mensen die niets van me gelezen hebben (en daarmee helaas in de meerderheid zijn) vragen me vaak waar ik over schrijf. Omdat ik nooit met een plan te water ga blijkt de betekenis of het thema van een verhaal pas achteraf, en is mijn guess in principe as good as theirs.

Maar dat is natuurlijk geen antwoord waarmee je wegkomt. Wat ik dus zeg, en inmiddels ben gaan geloven, is dat mijn werk over contact gaat. Het streven van mijn hoofdpersonen is om verandering te bewerkstelligen de vorm van contact die ze met een voor hen belangrijke ander hebben. Het kan zijn dat die ander overleden is, niet hetzelfde over de relatie denkt of anderszins onbereikbaar is, maar hier komt het altijd wel op neer: mijn hoofdpersonen hunkeren naar contact.

Alle boeken zijn autobiografisch. Ga niet tegen me in want je legt het af. Ik geloof in twijfel als uitgaanspunt (denk ik), maar hierin ben ik stellig.

Logisch zou zijn aan te nemen dat mijn terugkerend onderwerp wijst in de richting van een onvermogen bij mezelf om contact te maken. Maar ik heb lange en betekenisvolle relaties met mensen waarmee ik me echt verbonden voel en tegen wie ik open ben over wat me beweegt en wat er in mijn relaties met hen volgens mij gebeurt. Wat ik ook zie: de mate waarin ik contact uit de weg kan gaan. Er zijn mensen die me als afstandelijk en arrogant hebben ervaren, en hoewel ik jarenlang gezegd heb dat ik zoiets niet kon plaatsen, onderken ik het nu wel. Toch geloof ik dat ik bovengemiddeld zou scoren op een schaal die relationeel welbevinden zou kunnen heten.

Misschien is alle schrijven wel een poging tot contact, een poging je verstaanbaar te maken bij de lezer. Hoewel het nooit een goed idee is hem te doorbreken, gaat het natuurlijk altijd om die vierde wand; om wie daarachter zit. Dat is degene waartegen je echt praat.

Gisteren keek ik met B naar de Netflix-documentaire I Am Not Your Guru, waarin zelfhulpcoryfee Tony Robbins wordt gevolgd tijdens een van zijn happenings die A Date With Destiny heten: een zesdaagse retraite waarop Robbins twaalf uur per dag inwerkt op 2500 man in een auditorium in Miami. Hij rekent daar 5000 dollar per persoon voor.

Uiteraard hoopte ik op een Louis Theroux-achtig avondje genieten, maar al in de eerste minuten vervloog die hoop. Ja, Robbins woont in een villa met een infinity-pool en uitzicht op zee en laat zich rondrijden in een Cadillac Escalade (Tony Soprano had dezelfde wagen); zijn vrouw is plastisch bijgestuurd en het stel heeft zo’n klein terrierbeest dat in een Louis Vuittontas past, maar wat fascinerend is aan I Am Not Your Guru: ondanks alle uiterlijke kenmerken is Robbins vrij zeker geen charlatan.

Wat hij doet? En waarom hij er zo goed in is dat mensen van over de hele wereld zich in de schulden steken om hem te kunnen zien?

B, die al 10 jaar in de GGZ werkt en alle reden zou hebben om mensen als Robbins het nadeel van de twijfel te geven, zag het eerder dan ik: hij maakt contact.

‘Maar wat is dat dan?’ zei ik. ‘Contact maken? Ik bedoel: wat gebeurt er op zo’n moment?’

Probeer daar maar eens antwoord op te geven zonder je in raadsels of sprookjes uit te drukken. Hoewel ze zegt dat ze overal voor openstaat gelooft B niet in het metafysische, en dat maakt haar de aangewezen persoon om die vraag aan te stellen. Ze kwam er niet uit. Ik vond dat mooi. B is behandelaar bij een grote GGZ-instelling, maakt heel makkelijk contact en kon me niet vertellen wat contact nou eigenlijk is.

Ergens hoop ik dat het een mysterie blijft; dat contact een soort umami zal blijken: iets waarvan je de smaak niet kunt omschrijven, maar wat er onmiskenbaar is.

________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. In 2021 komt Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.