‘Get that smile off your face – it’s freaking me out.’

Fira & Siart

Siart liep in zijn wielrentenue de tuin in. In de zon was het net warm genoeg om buiten te zitten. Fira, haar winterjas als een dekentje over haar bovenbenen, zat te lezen. Ze zag lijkbleek.
‘Wat is er aan de hand?’
‘Niks. Hoezo?’
‘Je bent helemaal wit.’
‘Ik zit weer in dat kauwenboek* te lezen… Wist je dat kauwen monogaam zijn? Sommige kauwenpaartjes blijven hun hele leven samen… kauwen die hun geliefde verliezen, sterven soms van verdriet.’
‘…’
‘Opeens bedacht ik hoe zielig het voor jou zou zijn als mij iets zou overkomen. Ga je fietsen?’
‘Yep.’ Siart grijnsde om de abrupte overgang.
‘…’
‘Als iemand voorzichtig en verstandig is, dan ben jij ‘t wel. Volgens mij hoef ik me nergens zorgen om te maken. Goed kauwen voordat je je eten doorslikt, dan kan je niks overkomen.’

Siart kuste Fira op haar hoofd en verdween in de schuur. Fira hoorde het gerammel van de kettingen waarmee de racefiets na het toeren altijd aan het plafond werd getakeld.

Ze staarde over haar boek naar de donkerblauwe theemuts die helemaal strak stond van de porseleinen pot die eronder schuilging. Sinds vanmorgen wist Fira dat ze zwanger was. Straks ging ze het vertellen aan haar zus. En vanavond, als het bezoek weg was, aan Siart.

Daar was hij weer. Racefiets aan de hand, zwarte valhelm op. In zijn gele wielertruitje leek zijn buik twee keer groter dan wanneer hij een pak droeg.

‘Doe je voorzichtig?’
‘Altijd.’
‘…’
‘Kauw van jou.’

Het voelde belachelijk, maar ondanks zichzelf kwam Fira overeind en liep van het zonneterras over het gazon naar het tuinpad om Siart een kus te geven. Ze keek toe hoe hij zich in zijn wielrenschoenen wurmde en op z’n fiets klom. Het zadel stond te hoog. Maar volgens Siart hoorde dat zo. Fira hield het tuinhek voor hem open.

‘Tot straks. Groetjes aan de mannen.’
‘Doei!,’ riep hij over zijn schouder. Het tuinhek viel achter hem dicht. Twee, drie, vier slagen en fietsen werd vliegen.

Fira las een paar pagina’s en schonk nog een kopje thee in. Ze keek naar de lichtblauwe hemel. Haar blik volgde duiven, mezen, vinkjes, een ekster. In de verte klonken sirenes. Politieauto’s, ambulances. Even later ging de telefoon.

———–

Noot

Ik vermoed dat Fira ‘De kauw’ zat te lezen. De conclusie van Birdman* – je stijgt pas werkelijk tot grote hoogten als je erkent dat mensen geen vleugels hebben – is het vertrekpunt voor het populair wetenschappelijke boek van Achilles Cools. In stilistisch en compositorisch opzicht is het boek een curiosum – het is redundant, soms zweverig (woordspeling!), wijdlopig en vaak gewoon… onhandig – maar die vorm past bij de inhoud. Cools weigert zijn kauwen in een wetenschappelijk/biologisch model te dwingen. Hij wil zélf waarnemen – en zijn bevindingen op zijn eigen manier delen. Cools identificeert zich met de dieren waarover hij schrijft en deelt zijn verwondering over hun emoties en slimheid in een vloed van anekdotes en waarnemingen. Zo vertelt hij hoe een kauw genaamd Kemel leert vissen als hij (Kemel) bij de vijver stukjes brood zit te eten: ‘Op een keer kreeg hij bij de oever hongerige visjes rondom een broodkorst in de gaten. Hij wipte er voorzichtig naartoe. Met een uitval als een wouwaapje greep hij er een beet. Zelfs vliegend schept hij als een meeuw visjes uit het water. (…) Op den duur werd hij nog bedrevener in het vissen en probeerde hij andere mogelijkheden uit. Hij trok een van zijn borstveertjes uit en gebruikte dat als aas. Voorzichtig liet hij het veertje op het water drijven, tot nieuwsgierige prooivisjes dichterbij kwamen. Terwijl ze argeloos onderzochten of het eetbaar was en eraan zogen, sloeg de kauw toe.’ (2014;p.63). Ik laat me al jaren amuseren door de kolonie kauwen die in mijn eigen straat woont. Dankzij het boek van Cools kan ik de dieren beter ‘lezen’ en begrijpen. De volgevreten aandeelhouders van Veen, Bosch & Keuning B.V. kunnen de champagne vast opentrekken: ook de andere deeltjes van hun Gevleugelde Bibliotheek zullen aanstonds van de zelfstandige boekhandel naar mijn huisadres vliegen.

Noot bij de noot

birdmanBirdman! Birdman: Or The Unexpected Virtue of Ignorance. Gesjeesde actieheld bewerkt een verhaal van Carver voor het toneel en dwingt zo respect af bij de theater-elite van NYC. Minder bombastisch dan Alejandro González Iñárritu’s eerdere picturen – toch: ik weet niet wat een ‘Oscar’ precies representeert, maar wat mij betreft mag AGI zijn kitscherige beeldje weer inleveren. Het zou overdreven zijn om te beweren dat ik via de kassa (geld terug!) de bios uit ben gelopen, maar cinema met een kapitale hoofdletter C is B beslist niet. Het is pseudo-kunst, een schijnheilige, ongevaarlijke, commerciële aanval op de commercie. Eindoordeel: twee van de dakrand van een theater naar beneden getufte en aldaar op het kale hoofd van een voetganger (‘hey!’) uiteen gespatte spuugklodders (2/5). De titel van dit stukje is overigens een citaat uit de film. Protagonist Riggan Thomson grijnst als hij acteur Mike (Edward Norton) heeft gecontracteerd – en met reden, want Mike is de onhandelbare, onmogelijke, inspirerende Echte Kunstenaar die de thermiek veroorzaakt waardoor stervelingen als Riggan boven zichzelf kunnen uitstijgen. Na die deal doet Riggans producent of agent of whatever de hier aangehaalde uitspraak. Goed. Nou. Om de cirkel nog ff rond te borduren breien: zelf zat ik tijdens het lezen van De kauw ook aanhoudend blij te grijzen. Het boek is beter dan de film. En peren zijn sappiger dan appels. En zoeter.

Tirade – geeft je vleugels.

Soundtrack: Bist du bei mir. Bach/Kathleen Ferrier.

Volgende week: boekenbal 2015. Plus: Salinger.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.