Gratis Proza #4: Onderweg met Gijs


Gijs Thio was vijf jaar dood toen hij op de hoek van de Ruysch- en Wibautstraat bij me in de auto stapte. De eerste kilometers keek hij vooral voor zich uit. Met twee handen aan het stuur schipperde ik ons door de ochtendspits, luisterend naar het wonder van zijn ademhaling zo heel dichtbij.

‘Moest het zo vroeg?’ zei hij toen we wachtten bij het stoplicht voor het Prins Bernhardplein.

Aan de hemel boven de A10 schoolden magneetgrijze wolken samen. Gijs deed zijn handschoenen uit door eerst één voor één de vingers los te trekken, en inwendig schudde ik mijn hoofd: hoe had ik die gewoonte kunnen vergeten? Hoeveel van mijn vriend was er de laatste jaren uit me weggeglipt?

‘Je bent maar een gevoelige jongen,’ zei ik. ‘Ik zal voortaan meer rekening met je houden als ik om zes uur opsta om een auto te lenen, alles inpak en je vlakbij je huis kom ophalen. Wil je een kussentje?’

Hij zakte onderuit, zette zijn handen achter zijn hoofd. ‘Heb je dat?’

Op de rotonde sneed een stucadoorsbusje ons de weg af. Ik ramde een paar keer op het midden van het stuur, waar de toeter kennelijk niet zat. Verkeerslichten werden rood en daarna groen, en ik trok op om in te voegen tussen auto’s die wasemend als bezwete paarden naar de zuidring dromden.

‘Sneeuw,’ zei Gijs. Hij wees op een sneu zwart hoopje dat bovenop de vangrail standhield. ‘Een winterwonderland. Straks kunnen we nog schaatsen.’

‘Je weet dat ik daarvoor te slappe enkels heb?’

Toen hij naar me toe leunde om naar mijn enkels te kijken, raakte zijn schouder even de mijne. Een warme afdruk die veel te snel vervaagde. Ik sloot mijn ogen; opende ze weer.

‘Verbaast me niks,’ zei hij. ‘Dat het daar bij jou wat los zit. Dat is toch dat Brabantse, dat je terug blijft zien.’

‘Slappe enkels? Een Brabants ding?’

Hij knikte hevig. ‘Heel goed mogelijk. Ik zou me er wat meer in moeten verdiepen om harde uitspraken te kunnen doen, maar mijn gut-feeling zegt dat het daarmee te maken heeft. Linkerbaan, goos. Die rijdt tenminste door.’

Met moeite schoof ik ons een tiental meters op. Gijs draaide aan de zoekknop van de radio en vond mannenstemmen gewatteerd in ruis. Verstaanbaar werden ze niet. Misschien werkte het skelet van de Skoda als een kooi van Faraday; werden golven uit de ether teruggekaatst, waardoor informatie van buitenaf ons niet bereiken kon. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.