Halfvier

Een minuut voordat hij af zou gaan, zette ik de wekker uit en onttrok me aan de zwaartekracht van een diep slapende B. Ik douchte met gesloten ogen, opende ze pas weer toen het tijd werd om me af te drogen.

Ik trok de kleren aan die ik op de badrand had klaargelegd, poetste mijn tanden en ging naar de keuken om thee te zetten voor mijn thermoskan. Zoals elke keer dacht ik daarbij Ik ben een man geworden die thee in een thermoskan meeneemt. Ik bleef dat in een soort van loopje denken tot het tijd werd om Otis de Hond te wekken – echte gedachten heb ik zo vroeg nog niet.

Zelfs Otis leek het te vroeg te vinden, maar hij stopte met brommen toen we buitenkwamen, waar een verwarde vogel vast begonnen was te fluiten. Om vier uur startte ik de auto en reed bij ons huis vandaan.

De ring was verlaten, de A4 ook. We kwamen langs de grote steden van Zuid-Holland waar iedereen nog sliep. Otis klom op de bijrijdersstoel, wat hij normaal nooit doet, en tuurde voor zich uit over de snelweg. We luisterden naar een aflevering van Nooit meer slapen en ik moest lachen toen Gerbrand vertelde dat hij had moeten lachen bij het lezen van zijn eigen Knecht, alleen.

Knecht, alleen is veel, maar niet grappig. Ik vroeg me af of dat lachen van Gerbrand misschien zelfspot was, maar het denken wilde nog niet erg. Mijn ogen voelden geschuurd aan; zelfs damp van hete thee was moeilijk te verdragen.

Ik wil graag opschrijven dat het licht werd toen we in Yerseke aankwamen, maar dat werd het nog een uur niet. Op de kade wachtte ik met Otis en Chantal de fotograaf, die ook uit Amsterdam kwam – ik geloof dat we het fijn hadden gevonden om ieder ons eigen stukje nacht te braken – op het schip. Chantal haalde haar camera’s uit de auto en legde een hintje licht aan de horizon vast toen De Oosterschelde aanmeerde.

Een halfuur later waren we compleet en konden we afvaren. Ik probeerde uit te rekenen hoeveel langer ik nog had kunnen slapen, maar ook tellen bleek nog lastig. Zwaar en oranje hees de zon zich boven het oosten uit en trok een baan over een volmaakt kalme Schelde.

Er is iets aan het zien ondergaan of opkomen van de zon wat je in lijn zet met alles wat is voorgegaan en alles wat er nog moet komen.

‘Best pijnlijk om zo’n korte nacht te maken,’ zei Chantal. Het water leek te vlammen terwijl de kapitein een trage draai inzette richting de open zee. ‘Maar het is het altijd waard.’

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, journalist en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit (nominatie Academica) en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín en Dorp (nominatie Boekenbon- en Librisprijs).