Het geluk (6): Angst

IMG_0757Een tijdje terug schreef ik op deze plek over mijn opgroeien in Vught, een stuk waarboven een foto van mijn oude huis aan de Baroniesingel stond.

Voor het eerst in lange tijd was ik teruggegaan naar de plek waar ik tot mijn negende gewoond heb. Omdat ik het in dat blog ergens anders over wilde hebben schreef ik niet over de sterke herinnering aan angst die me bij het zien van mijn oude slaapkamerraam overviel.

Als kind was ik bang voor geesten. Het hielp niet dat mijn ouders zoals veel afvallige communiegangers in die tijd open minded waren op het gebied van spiritualiteit. Ik herinner me stapels boeken over reincarnatie, bezoeken aan een magnetiseur voor de wratjes op mijn handen, en de geneeskrachtige stenen die mijn moeder bij het aankleden met een miniveiligheidsspeld aan haar bh bevestigde. Mijn oudtante Fien legde kaarten voor de hele familie, en bouwde met de jaren een solide reputatie op. De keer dat ze me onterecht bezwoer dat ik zou overgaan van twee naar de drie Gymnasium wil ik haar niet aanrekenen, omdat haar eigen wens me gelukkig te zien haar normaliter zo betrouwbare voorspelling duidelijk in de weg gezeten had. En ik erken mijn verantwoordelijkheid: na haar verzekering dat ik het volgende jaar met mijn vrienden mee zou kunnen op schoolreisje, besloot ik dat het blokken wel een tandje minder kon.

Probeer ik verder terug te denken dan mijn angst voor geesten – terug naar de slaapkamer met het Junglebookbehang in Prinsenbeek – dan wordt de angst diffuus, gezichtsloos. Het zal hier om de puurste vorm van mijn angst gaan: de variant uit de tijd dat ik nog geen schrikwekkende archetypen paraat had die ik op mijn gevoel kon plakken.

Waar die angst vandaan kwam? Zeker weten doe ik het niet, maar ik was een moederskind wiens moeder vaak ziek was; herinner me meerdere ziekenhuisopnamen. Allebei mijn ouders stonden er op jonge leeftijd in zekere zin alleen voor, en leefden te vroeg zonder de aanname dat de mensen waarvan ze hielden er altijd zouden zijn.

Nu ik volwassen ben is de angst niet meer dagelijks voelbaar, maar bij het oplopen van de werkdruk en in perioden waarin ik slecht slaap ben ik tegenwoordig bang dat ons huis zal verzakken, dat ik mijn werk verpruts of dat er iets gebeurt met de mensen waarvan ik het meest houd. Angst voor de angst, angst voor geesten, angst om de levenden.

Bij B, die doorgaans nooit ergens bang voor is, kwamen de aanslagen in Parijs harder binnen dan bij mij. De gebeurtenissen in de stad waar we dit voorjaar nog ons tienjarig samenzijn vierden liggen op één lijn met het ergst denkbare, waaraan ik dus regelmatig denk. Als psycholoog houd ik rekening met ziektewinst: wat ervaar ik als voordelig aan mijn angst, en kan dus in de weg staan bij het loslaten ervan?

Het antwoord is de liefde. Mijn angst laat steeds opnieuw voelen wat ik te verliezen heb; wat er op het spel staat als je leeft, je bindt, opvoedt en leert te laten gaan.

 

______________________________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind. 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. Op 23 juni 2021 kwam Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.