Het opgroeien van de schrijver (III)

Als je jong en onbezonnen bent, ben je ervan overtuigd dat je alles anders gaat doen. En dat dat anders vernieuwend gaat zijn, dat de interviewers aan je lippen gaan hangen en zullen beamen dat het inderdaad bijzonder is, dat anders van jou. Toen ik zeventien, achttien was, was RUR nog op televisie; Jan Lenferink interviewde elke week drie gasten en ik stelde me voor dat ik een van die gasten zou zijn, maar mijn eerste boek verscheen op mijn 34ste en RUR bestond niet meer, dus Jan Lenferink heeft nooit kunnen beamen hoe bijzonder mijn anders was. Maar mijn anders was ondertussen ook al niet zo anders meer.

Toen ik mezelf had voorgenomen schrijver te worden, las ik belachelijk weinig boeken. Ik vond dat a good thing, want het was anders. Ik las strips en ik keek films en ik  bedacht hoe dat dat dan ging zijn, Jan Lenferink vertellen waarom ik toch Heel Erg Goeie Boeken kon schrijven. Nou Jan, ik kijk liever naar de verhaalstructuren die Frank Miller toepast in zijn Dark Knight-cyclus. 

Ik lees eigenlijk niet zoveel. Je hoort/leest het mensen die vinden dat ze boeken kunnen schrijven regelmatig zeggen. Ze zouden een flink pak slaag moeten krijgen.

Een timmerman die zijn vak leert, gaat eerst naar school en leert zagen, schaven, houtverbindingen, en als hij dan bij een leermeester gaat werken, kijkt hij goed hoe die meester het doet: hij hoeft zelf niets meer van de basistechnieken uit te vinden; hij wordt klaargestoomd om zijn werk goed te doen en, als de jonge timmerman een groot talent blijkt te zijn, nieuwe technieken uit te vinden. Een simpele vergelijking, maar schrijven werkt ook zo. Je moet lezen om te leren wat de basistechnieken zijn, en je moet goed lezen om te zien hoe de meesters het doen. 

Iedereen die goed schrijft, weet dat of ontdekt dat gaandeweg. Dat ontdekken gebeurt bij jonge eikels die eerst ik lees eigenlijk niet zoveel zeggen en er daarna achterkomen dat dat een uitspraak is waar je je knalhard voor moet schamen. Dat hoort allemaal bij het opgroeien van de schrijver. 

Ik denk wel dat bij de mensen die het lezen aanvankelijk niet zo nodig vonden misschien wat vaker spannende dingen gebeuren (maar dat kan een combinatie van excuus en arrogantie zijn, omdat ik ooit Jan Lenferink wilde vertellen dat al dat lezen maar onzin is), als ze maar verdomd goed door hebben dat ze het fout hadden. 

Uiteindelijk moet er een allesoverweldigende liefde voor boeken boven komen drijven, zo heftig dat je wel moet lezen; gebeurt dat niet, zoek dan een andere hobby. 

Volgende week: Het opgroeien van de schrijver (IV)

———————-

Walter van den Berg (1970) is deze maand Tirade’s zondagse gastblogger. Van den Berg publiceerde tot op heden – behalve vele kortverhalen, columns en reportages – drie romans: De hondenkoning (2004), West (2007) en Van dode mannen win je niet (2013). In Tirade 449 vind je zijn prachtige kortverhaal Voetbalkantine, in Tirade 450 een heftige ‘tirade’.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.