Het weer in augustus

Sebastian Haffner

In 1992 las ik Anmerkungen zu Hitler van Sebastian Haffner en mijn wereld zou nooit meer dezelfde zijn. Je kunt een leven vullen met over de oorlog lezen en steeds weer – als je geluk hebt – op een titel stuiten waarin het grote gebeuren net vanuit een ander licht bezien wordt. Zo las ik in een dorp in Portugal Leven en lot van Vasili Grossman, in de vertaling van Froukje Slofstra en ongeacht alle kampverhalen die ik kende was een passage in dat boek over een concentratiekamp precies de passage die me op een diepere manier deed begrijpen wat er allemaal gebeurd was en wat dat betekende. Ik kreeg een huilbui, wat me toch niet vaak overkomt.

Anmerkungen zu Hitler was geen bijzonder emotionerend boek, maar liet me op eenzelfde wijze opeens vanuit een heel ander gezichtspunt naar Hitler kijken. Persoonlijker, ontdaan van Grote Oordelen, maar waarnemend, gedetailleerd. Nu lees ik Haffners Geschichte eines Deutschen en ik herken de persoonlijke stijl en weet dat Haffner voor mij van een bijzondere kwaliteit is. Dat komt omdat Haffner zelf  durft te denken en de geschiedenis beschrijft vanuit eigen waarneming zonder zich af te vragen of hij niet liever een wagonlading boekenwijsheid en theorie moet aanvoeren. Zijn theorieën zijn persoonlijk. Wist ik bijvoorbeeld al dat het feit dat het prachtig weer was toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak mede het oorlogsenthousiasme van de gemiddelde Duitser bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog verklaart? Haffner is een jongetje van zeven en is zeer ontstemd dat zijn vakantie in de bosrijke omgeving waar zijn ouders een huisje bezitten niet de heerlijke onafzienbare twee weken voort zal duren, maar tot een abrupt einde moet komen. Maar de spanning die het oplevert: met de trein naar huis en prachtig weer en iedereen is enthousiast, en hij is nog nooit zo laat naar bed gegaan. De stad zinderde. En in die stad ongetwijfeld veel jongetjes van zeven die in de jaren kort voor de oorlog jonge mannen waren in de kracht van hun leven.  In mijn (gebrekkige) vertaling:

‘Het is voor de hele verdere Duitse geschiedenis van betekenisvol belang geweest dat  het uitbreken van de oorlog, ondanks het verschrikkelijke ongeluk dat de oorlog  met zich mee bracht, voor bijna iedereen met een paar onvergetelijke dagen van geïntensiveerd leven verbonden bleef,  terwijl  aan de Revolutie van 1918, die uiteindelijk toch  vrede en vrijheid bracht, bijna alle Duitsers slechts bedrukte herinneringen hadden. Zelfs het feit dat het uitbreken van de oorlog met prachtige zomerweer en de revolutie met koude novembernevel gepaard ging, was een serieuze handicap voor de revolutie. Dat mag  misschien belachelijk klinken, maar het is waar. De Republikeinen voelde het later zelf ook, ze hebben nooit echt aan die 9e  november herinnerd willen worden, en ze  hebben de datum  nooit in het openbaar gevierd. De nazi’s, die de 14e  augustus tegen de 18e  november hebben uitgespeeld, hadden daarmee vrij spel. De 18e  november: hoewel die dag het einde van de oorlog betekende, de vrouwen hun mannen, de mannen hun leven terugkregen, is er geen feestelijk gevoel verbonden met die datum, veeleer mismoedigheid, nederlaag, angst, zinloos geschiet en verwarring, en ja: slecht weer.’

Iets in de gaskamerbeschrijving van Grossman – een waarachtig detail – haalde een hendel over waardoor mijn begrip van wat daar werkelijk gebeurde eerst echt geactiveerd werd. In het werk van Haffner leiden zijn gewaagde suggesties, zijn persoonlijke waarheid tot een hernieuwde kennismaking met de geschiedenis. Waarin het weer van belang blijkt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.