Hiero, Sinterklaas

De route die de Sint zou varen was verlegd, wat de nodig stress gaf in mijn gezin. Al jaren stonden we op een vaste tijd in het Wertheimpark om de goedheiligman te verwelkomen, maar nu moesten we dus naar de hoek van de Heren- en Leidsegracht, waar volgens het tot op de minuut exacte schema om halftwaalf voorbijgevaren zou worden.

We waren ruim op tijd en vonden zelfs een bankje in de zon, met een plek op de kadewand ervoor waar de kinderen veilig konden zitten. Om ons heen hadden zich toeristen en expats verzameld, die allemaal wilden weten hoe het nou precies zat met onze traditionele blackface-viering.

Een kleine inventarisatie van de bij lange na niet volle kade leerde ons dat wij samen met een bevriend gezin de enige Nederlanders waren, en dus hadden we onze handen vol aan het informeren van de verzamelde Spanjaarden, Zwitsers en Engelsen. Ik hoorde mezelf dingen zeggen als: ‘We were led to believe that they were black because of soot from the chimneys they climbed down. I never saw them as black people, growing up.’

Of was dat omdat ik in het Brabant van de jaren ’70 nooit zwarte mensen zag? Als ik het me goed herinner waren de geadopteerde Sri Lankaanse kinderen van vrienden van mijn ouders de enige niet-witte kinderen in mijn wereld. Het is dus heel goed mogelijk dat mijn eerste associatie bij het ontmoeten van een Ghanees zwarte piet zou zijn geweest.

‘But I can really understand what it looks like,’ voegde ik er snel aan toe. ‘And it’s a good thing we’ve been able to change that aspect of the tradition. I believe that even the most backward counties have now gone for roetveegpieten.’

Vriend Marco, naast wie ik op het bankje zat, haakte in en vertelde dat hij gisteren in Amersfoort nog helemaal zwartgeverfde pieten had gezien. Redding uit mijn ongemak – ik ben een ster in plaatsvervangende schaamte – werd geboden door de Sint zelf.

Een stoomfluit klonk en het werd onrustig op de kade. De kinderen leunden zo ver mogelijk voorover. Het viel me op dat er geen muziek gespeeld werd, en terwijl de eerste boot naderde werd duidelijk dat de pieten op deze nieuwe route niets te strooien hadden. Marco haalde snel een zak pepernoten bij een nabije winkel, en een sixpack Heineken voor de grote mensen.

Zodat de omstanders toch iets van de uitbundigheid die bij het feest hoort zouden meekrijgen, keilde ik klauwen vol van die pepernoten over de kade, wat vreemd genoeg leek te leiden tot onbegrip en een wat aftastende boosheid.

‘But it’s our tradition,’ zei ik tegen een vrouw die fronsend over haar hoofd wreef. ‘It’s typically Dutch!’

Omdat ik er zo vriendelijk bij keek wilde een Spaans stel naast ons tóch wel een nootje proeven. De Sint voer voorbij, maakte een draai de Leidsegracht in en ik besloot – misschien vanwege de matte sfeer – vól mijn moment te pakken. Met een arm over Marco’s schouders schreeuwde ik: ‘Hier Sinterklaas! Hier zijn we! Vergeet u Marco en Gilles niet? We zijn heel braaf geweest. Westerpark en Prinseneiland!’

Het lukte me de aandacht van de Sint te vangen, maar in plaats van een blik van herkenning en een geruststellend gebaar, toonde de goedheiligman iets wat leek op het begin van angst. Wat ik in zijn ogen las: was dit dan het moment dat hij in gedachte op afstand had proberen te houden, maar waarvan elke moderne Sint wist dat het zomaar kon komen?

Wat had die verwarde man daar op de kade in zijn hand? Pepernoten of een heel ander soort projectiel?

Om mijn Sintlievendheid te benadrukken mikte ik mijn pepernoten naar de pieten op de achterplecht, maar die probeerden ze niet eens te vangen. Sommigen doken ervoor weg.

Zo stil als hij gekomen was vertrok de Sint ook weer, en liet ons wat vertwijfeld achter.

Wat het niet makkelijker maakte was de duidelijk leesbare reactie van de omstanders: hoe was dit nou een volksfeest? Drie fluisterboten met halfslachtig verklede, wat schichtige Hollanders erop?

‘Als dat zo doorgaat,’ zei ik tegen B, ‘dan is deze traditie hartstikke dood voordat wij kleinkinderen hebben.’

‘Onzin,’ zei B. ‘Tuurlijk is er dan nog Sinterklaas.’

Ik liet het erbij, maar bedacht dat de traditie kennelijk niet sterk genoeg verankerd was geweest om een ontmaskering als pseudo-racistisch feest te overleven. Ik vond en vind het verdwijnen van zwarte piet een belangrijke stap voor Nederland, maar het lijkt erop dat met het uittrekken van de angel ook de lucht uit Sinterklaas gelopen is.

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, schrijfdocent en journalist. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in de bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit (nominatie Academica) en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín en Dorp (nominatie Boekenbon- en Librisprijs).