Identiteitskaart

Peter hoort niet bij die groep mensen die rent voor alles wat gratis is. Hij maakt wel deel uit van die eerste golf die het stadsdeelkantoor overspoelt en de mensen achter de balies er nog doffer uit laat zien.
Kinderen huilen, vrouwen zuchten en soms valt er iets. Een tijdschrift dat van de schoot van een ingeslapen lezer glijdt en op de grond kwakt. Een telefoon die de diepte in klettert en als laatste redmiddel het batterijklepje en de batterij afschiet.
Het geluid lijkt ook te wachten.
Hoe langer je er zit, hoe verder je wegzakt. Mensen beginnen te lijken op de stoel waarop ze zitten.
Als het geluid van wachtende mensen echt wegtrekt van de balies en er steeds meer lege stoelen zijn, hangt er nog een lichte zweetlucht. Het licht lijkt veranderd, maar het zijn nog steeds dezelfde lampen aan het plafond.
Peter is dan allang weg.
Zijn nummertje ligt verfrommeld bij een van de pilaren, waar nog steeds een paar wachtende mensen tegen aan hangen.

Floor van Dülmen Krumpelmann (1991)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.