Is dit poëzie?

Het I amsterdam-logo dat tot voor kort voor de Stopera in Amsterdam stond is weggehaald. De slogan op zich maakte op mij niet zoveel indruk; deed mij vooral denken aan Simon Vinkenoogs ‘Het voorjaar komt nader, Am*dam / Je wordt weer verliefd, Am*dam’ etc. Maar met de letters zijn ook een paar mooie woorden uit mijn dagelijkse route verdwenen: de I amsterdam-disclaimer. Het Amsterdam Poëziefestival was die aardige tekst ook opgevallen en vraagt zich af: is dit poëzie?

Strikt genomen is dit de boodschap van een ambtenaar: oh shit, de gemeente moet zich nog indekken voor het geval er iemand vanaf sodemietert, wie schrijft er snel een disclaimer? Zakelijke mededeling of niet: de ambtenaar van dienst kon zijn/haar dichterlijkheid niet verbergen. De letters zijn bijvoorbeeld ‘niet bedoeld om te betreden’, maar ze ‘beklimmen (…) is geheel eigen risico’ – een leuke antithese. En dan: ‘het beklimmen van deze letters / is geheel op eigen risico’. Wie weet wat er met ‘deze letters’ bedoeld wordt mag het zeggen. Ik beklim elke dag vele letters, en dat doe ik op geheel eigen risico, maar toen ik deze waarschuwing voor het eerst las had ik geen enkel gevoel van gevaar. Van zo’n mededeling krijg ik toch zeker niets. Of is dit soms ambtenarenpoëzie?

Ook bij serieus bedoelde gedichten kan je je afvragen of het om poëzie gaat. Als iemand het voorjaar voelt naderen en opschrijft: ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid, / pomp pomp, spuit spuit’ is dat dan een liefdesgedicht en is de schrijver dan een zoon van Herman Gorter? Volgens Remco Camperts bekende gedicht ‘Poëzie is een daad’ wel: in dit geval de daad. In hetzelfde gedicht schrijft hij: ‘Voltaire had pokken, maar / genas zichzelf door o.a. te drinken / 120 liter limonade: dat is poëzie.’ Om maar eens wat te noemen.

Is het ook een daad als je geen dichter bent en toch gedichtachtig schrijft? Van de componist Sergei Rachmaninov is een tekstje bekend waarin hij muziek, liefde, poëzie en weemoed aan elkaar rijgt. Volgens mij was Rachmaninov toch heel wat bedrevener in zijn omgang met de oudere zus van de poëzie, de muziek.

Wat is muziek?

Dat is een stille maanverlichte nacht
dat is het ritselen van levende bladeren
dat is avondlijk klokgelui in de verte
dat is iets wat vanuit het hart komt
en het hart benadert
dat is liefde
De zuster der muziek is poëzie
en haar moeder is weemoed

(vertaling Nina Targan Mouravi?)

Rachmaninov denkt hier hardop na, maar weet niet meer wat hij zeggen wil. Iets over muziek, iets over liefde, iets over alles – ach wat maakt het uit. Dat de schrijver niet precies weet waar hij uitdrukking aan geeft, is welhaast een voorwaarde voor (goede) poëzie. Alleen als de lezer dat ook niet weet, dan is er iets niet in de haak. Als je je moet afvragen wat de dichter heeft bedoeld, dan ligt dat over het algemeen aan het gedicht.

Soms, in uitzonderlijk gevallen, weet de dichter zelf ineens dat hij het ook niet weet. Op zoek naar daadkrachtige poëzie beklommen mijn ogen de gedichten van Fernando Pessoa (veel woorden weinig daden). Hij had zoveel alter-ego’s, die ook allemaal dichters waren én publiceerden, dat hij niet meer wist wie hij was, laat staat wat hij schreef. Desondanks schoot het een na het andere weergaloze gedicht uit zijn pen. Onder de naam Álvaro de Campos, een van zijn belangrijkste innerlijke concurrenten, schreef hij het volgende, troostrijke gedicht.

Soms heb ik gelukkige gedachten,
Gedachten, plotseling gelukkig, in gedachten
En in woorden waar ze zich vanzelf in losmaken…

Na het schrijven, lees ik…
Waarom heb ik dit geschreven?
Waar heb ik dit vandaan gehaald?
Van waar is dit tot mij gekomen? Dit is beter dan ikzelf…
Zouden wij op deze wereld niets dan pennen zijn met inkt
Waarmee iemand waarachtig schrijft wat wij hier krassen?…

(vertaling August Willemsen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Marko van der Wal

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds enkele jaren blogt hij (onregelmatig) voor tirade.nu.