Lachen maar…

Satire, de oude literaire vorm van humor die sociale kritiek is, blijkt soms moeilijk te verdragen. Waarom is dat zo, hoe verklaar je woede als gevolg van satire? Ik moet er zelf nogal diep voor graven, want bijvoorbeeld als jongste kind van vijf heb je al vrij vroeg geleerd dat het goed is jezelf bij voorbaat als een beetje belachelijk te zien. Wanneer je in woede ontbrandt vanwege een prent die je raakt in je devotie dan is de zekerheid die je voelt niet erg groot. Woede over satire legt wankelmoedigheid bloot. Als deze grap kan, dan ben ik niet goed bezig met mijn fanatisme, dus deze grap kan niet, want mijn fanatisme is terecht. Het gegeven ‘petitio principii’ zal de daders van gisteren in Parijs weinig zeggen, maar een drogreden ligt waarschijnlijk ten grondslag aan de aanslag op het satirische tijdschrift. Satire daagt voortdurend overtuiging uit.

Malcolm Gladwell schrijft in The tipping point dat goed leiderschap zich omringt door kritische geluiden. Zelfbevestiging is een gevaarlijke tendens in bestuur. Ook maatschappelijk is het gevaarlijk. Satire rekt de spier die zelfinzicht heet. ‘Ben ik echt zo?’ is de vraag die elkeen die aangevallen wordt in een spotprent zich dient te stellen. Wanneer je dan meent van niet dan is een nieuwe spotprent het antwoord. Want satire beantwoord je met satire.

En een aanval op satire, hoe beantwoord je die? Het voelt als een diep geworteld Europeanisme dat Charlie Hebdo al bezig is met het tijdschrift van de volgende week. De satire is niet te stoppen, want de satire is het scherpe potloodpunt van Westers, maar ook van fundamenteel Oosters zelfinzicht.

De satire is dood, leve de satire!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.