Maar dan zonder gezicht

IMG_2033 (1)Afgelopen zaterdag zat ik met vriend Mattijs op een pleintje in de Watergraafsmeer. We dronken koud bier terwijl onze kinderen speelden. Hiernaast staat de perfecte foto van die dag. Helaas heb ik de kinderen onherkenbaar moeten maken.

Het klimrek op het Mariotteplein deed me denken aan de roestige speeltoestellen in de Palmentuin van Paramaribo, waar Nadim door mijn schuld op zijn gezicht viel, met een lelijke schaafwond als gevolg. Terwijl Mattijs een nieuw biertje voor ons opentrok, besefte ik dat mijn jongen sindsdien geen schram meer had opgelopen.

De kinderen reden rondjes op zo’n loodzwaar trapkarretje. Mattijs – een massieve kale man die streng kan ogen maar zacht van aard is – vertelde dat hij nu ouder is dan zijn vader was toen hij overleed; dat dit hem aan het denken heeft gezet over hoe hij de komende jaren zijn shit wil regelen.

Dit was het derde gesprek van deze strekking (niet de overleden vader, maar het regelen van shit) dat ik in één week meemaakte. Ik ben 43 en weet nog steeds niet hoe mijn toekomst eruit zal zien. Het is me nooit gelukt om langer dan drie maanden vooruit te denken, en hoewel dit me ongekende vrijheid heeft gegeven, heeft het er ook voor gezorgd dat ik tot dusver 6300 euro aan pensioen heb opgebouwd.

Ik was blij te zien dat de kinderen genoeg hadden van het trapkarretje. Nu renden ze elkaar achterna over de rubbertegels, wat er een stuk minder gevaarlijk uitzag. Toen ik ging verzitten zodat de zon niet in mijn ogen scheen, hoorde ik achter me een klap. Wonderlijk hoe een afgeleide ouder met drie bier in zijn mik temidden van honderden omgevingsgeluiden onmiddellijk weet dat dit de schedel van zijn kind tegen de rand van een picknicktafel was. Dertig seconden later fietste ik als een gek met mijn bloedende jongen naar het OLVG, waar ik hoopte dat mijn kegel geen vragen zou oproepen bij de dienstdoende arts. Hechten bleek niet nodig, en na een uurtje kwamen we met een dot wondlijm weg. Ik kocht een perenijsje voor Nadim en reed hem naar huis, waar hij zijn verhaal in horten en stoten aan zijn moeder deed.

B had de middag gebruikt om keihard te studeren. Zij heeft namelijk wél een toekomstplan, en ondanks ons grote leeftijdsverschil (ze is jonger) meer pensioen opgebouwd dan ik. Bij de frisheid van de open koelkast tuurde ik een tijdje naar een fles Riesling voor ik een alcoholvrij biertje koos en ging koken voor mijn hardwerkende vrouw en beschadigde kind. Nadim wilde weten of hij een litteken zou houden, zoals Scar van The Lion King. Hij vroeg of hij slecht zou worden, omdat iedereen met een litteken slecht was.

Ik zei dat zijn moeder ook een litteken had, wat hem gerust leek te stellen. B was niet boos omdat ik ons kind met een snee boven zijn wenkbrauw terug had gebracht, maar ik kon me niet aan het gevoel onttrekken dat dit onder haar hoede nooit zou zijn gebeurd, en terwijl ik nasi maakte met de rijst van zaterdag besefte ik dat het tijd werd om mijn shit te regelen.

________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) was redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Hij schreef de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de roman Het laatste kind. Dit najaar komt zijn roman Het jasje van Luis Martín uit.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. In 2021 komt Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.