Masturbatory writing

Een vriendin en ik zaten in een kroeg en we hadden het ineens in plaats van over tieten en bier, over een verzameling essays die we allebei gelezen hadden: Examens in empathie van Leslie Jamison. We werden bijgeschonken, alweer, en mijn vriendin riep hartstochtelijk: ‘Wat een kútboek!’ Aan de bar draaiden zich enkele mannen om.

Ik knikte en sloeg, omdat ik me zeer begrepen voelde, in één keer een speciaalbiertje achterover.

Daarna haalde ik diep adem en kon op slag niet meer stoppen met oreren.

Volgens mij is het heel erg in de mode om meedogenloos over jezelf te schrijven. Het is iets wat jonge vrouwen in Amerika doen en nu begint het hier ook al, misschien is het ontstaan omdat vrouwen ooit het recht is ontnomen over iets anders een mening te hebben dan zichzelf, of omdat het tegenwoordig sowieso niet meer mag om een mening te hebben over iets wat anderen aangaat, tenzij je bij die groep anderen hoort, vrouwen, Black Twitter, homo’s, transgenders… misschien schrijft iedereen alleen nog maar over zichzelf omdat ze dan niemand anders tegen een zeer been stoten. En dat snap ik wel,’ (ik hief mijn glas en hikte) ‘maar waarom nou zo meedogenloos? Het is het schriftelijke equivalent van een tamponfoto in het letterkundig museum,’ (ik bestelde nog een biertje, of misschien waren het er vijf) ‘wat kan iedereen jouw tampon, of jouw karakter, of godbetert je liefdesleven schelen? Ik ben niet geïnteresseerd in de nervositeit van Jamison, of in haar schuldgevoelens.’

Mijn vriendin haakte in: ‘En waarom vindt ze het nodig om bij alles wat ze over zichzelf blootlegt te verwijzen naar filosofen of andere academici? Alsof haar emotionele leven daarmee opeens universele waarde krijgt.’

IK SNAP JE PRECIES,’ gilde ik, ‘en iedereen loopt met dat kloteboek weg en zo worden de Jamisons der aarde ineens boegbeelden voor een generatie twijfelende, nerveuze en schuldige vrouwen met allemaal first world problems.’

Mijn vriendin, een halve Amerikaanse, concludeerde: ‘Het masturbatory writing.’ Ik kende die term niet, maar vond het een adequate samenvatting die mijn betoog – hierboven gereconstrueerd onder invloed van thee in plaats van tien bier – eigenlijk overbodig maakt.

Inmiddels waren er doordat we zoveel geluid maakten twee kerels bij ons aan tafel komen zitten. Een was zo dronken dat we hem niet konden verstaan, vermoedelijk was hij ook nog eens Schots, de ander was steeds als ik iets tegen hem zei beledigd, ook wanneer dat ‘proost’ was, omdat ik het niet lief genoeg zei terwijl ik er heel lief uitzag. Uiteindelijk dropen ze af toen we het over onze banen gingen hebben en over tijd en het gebrek daaraan, over tampons ook, eigenlijk over alle first world problems die je kan bedenken en dat was oké, want we zaten gewoon in de kroeg en er kwam geen academicus aan te pas.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).