Gratis proza #2: Naar Zeeland

Terwijl het laatste licht als in een net gevangen uit de hemel verdwijnt, sla je af. Bij de sluizen, glimmend van de aangevroren nevel, minder je vaart totdat je stapvoets rijdt. Je haalt een hand over je ogen, die branden alsof er pekel in gestrooid is.

‘Driver,’ zegt MADDI vanuit de boezem van het dashboard. ‘Road safety systems register that you are getting tired. You have now been driving for over three hours. Please switch to Assisted Drive Mode or pull over.’

Je draait het volume omlaag, volgt de zuidkant van het kanaal langs vrijwel uitgestorven dorpen, telt de paar verlichte ramen. Elk jaar zijn het er minder en elk jaar liggen ze verder uiteen; is er meer zwart tussen gekomen.

Het stuur trilt, de verlichting in de wagen zwelt aan en koude lucht wordt in je gezicht geblazen. Op het display worden de letters blauw, dan oranje, rood, paars en weer blauw.

You have 5.10 minutes before MADDI automatically overrides, staat er. Appropriate authorities will be notified. Pull over now or switch to Assisted Drive.

Je reikt onder het stuur, trekt het klepje weg en tast de zekeringen in de linker rij af tot je bij de eennalaatste komt. Met je duimnagel wip je hem los; een plastic nietje valt op je handpalm. Nu is het donker in de auto.

Soms mis je de straatlantaarns van vroeger, en wegen die de hele nacht verlicht waren als een woonkamer na een matig feestje. Koude koffie, ingevallen taart, vervloeide slagroom. Het gevoel dat iedereen elders is, behalve jij.

‘Kijk nou eens,’ zeg je. ‘Sneeuw.’

De velden die je al je hele leven kent, die de achtergrond van je vroegste herinnering vormen, zijn wit. Glimmendzwarte lijnen kaderen ze in en een dun vel ijs drijft op de sloten. Hoeveel winters zijn er zonder sneeuw voorbijgegaan? Je denkt aan sleeën. Straks, bij het huisje, zal je een sneeuwbal maken en met alle kracht die je nog in je hebt de nacht in gooien.

Als men knotwilgen niet knot, worden het zwakke wilgen. Na het faillissement van de gemeente bracht een schimmel ze tot rottende knoesten terug, waarna bramen de berm overnamen. Bruine doornwallen rijzen en dalen nu aan weerszijden van de weg, met een beginnend laagje sneeuw op hun rug. Je draait je raampje op een kier en rijdt verder naar het westen, bedenkt dat je nooit te oud of moe zou kunnen zijn om deze weg te rijden. Het is als vallen, als de werking van de zwaartekracht.

Zeeland is je droom van thuis, van warme armen onder een beginnend leven. Een versie van de hemel waarin het makkelijk is te geloven.

De populieren bij de boerderij zijn meegegroeid met je herinnering. Zo machtig als ze vroeger leken zijn ze nog steeds. Dit is waar je liep toen je net begon te lopen, waar je leerde fietsen: op de laatste dijk voor de duinen. Hier ligt het asfalt dat elke zomer smolt, en waarin je naam nog steeds geschreven staat. Morgen zul je gaan kijken naar de letters die je met je eerste zakmes kerfde. Door het verleggen van de weg zijn ze nooit bedekt geraakt, zijn ze gebleven.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. Op 23 juni 2021 kwam Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.