O zo nobel

Donderdag is het weer zover. Misschien. Want het blijft altijd een goed bewaard geheim – behalve voor het bejaardentehuispersoneel – op welke donderdag in oktober de academieleden in Stockholm fit genoeg zijn om hun krent op te heffen en te verkondigen wie volgens hun nobele inzichten een miljoentje bij mag schrijven op zijn of haar bankrekening.

Weddenschappen floreren, schrijvers krijgen cijfers achter hun naam, ijdelheid wordt geprikkeld en teleurstelling regeert immer. Niet zozeer omdat het Nederlandse taalgebied alwéér over het hoofd gezien zal worden – wat willen we, met het doodzieke aapje N. en een pensioengerechtigde alcoholicus uit Vlaams Limburg als onze twee inzendingen –, maar omdat er opnieuw een ‘geëngageerde’ schrijver bekroond zal worden. Iemand die wat zegt over ‘de maatschappij’, en liefst nog iets politiek corrects (waarbij het heel politiek correct is om iets politiek incorrects te zeggen in politiek incorrecte staten – volgt u nog?).

Natuurlijk is dit wat overtrokken, en laat er geen misverstand over bestaan dat ons allitererend koningskoppel Nooteboom-Nolens waardevolle schrijvers zijn, maar net daarom gun ik het hun dat ze de prijs niet krijgen. Voor een keer heeft Mulisch gelijk (niet eenvoudig als je een tijdsgenoot van Hermans bent en de neiging hebt alles letterlijk te interpreteren): het groepje schrijvers dat hem niet gekregen heeft is kwalitatief selecter dan zij die hem wel gekregen hebben. Proust, Nabokov, Joyce, Kafka, Woolf, Musil, dat rijtje alleen al is indrukwekkender dan het meer dan honderdkoppige Nobellijstje.

Jammer is vooral dat de kwaliteit er op achteruit gaat. Waar we vroeger nog Hesse, Mann, Gide en T.S. Eliot hadden, moeten we het nu veelal met losgeslagen feministes en in eigen land vervolgde jongens doen (en zoals Reve zou zeggen: dat heeft vast wel een reden!). Nee,  laten we hopen dat Cees en Leonard net als Harry en Hugo veilig kunnen sterven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.