Ons opengegooide bed

Stoppen met schrijven is moeilijk. Er zijn er maar weinig die het kunnen. De meesten willen het blijven doen zolang een hand de pen kan vasthouden. Sommigen ook te lang. Of mag je daar eigenlijk niet over oordelen? Ik oordeel wel soms over boeken die ik lees waarvan ik denk dat de schrijver moet hebben gemeend dat alles wat hij denkt wel interessant is… En ik ken schrijvers die hun werk verwateren door teveel te schrijven. Het is maar zeer weinigen gegeven altijd boeiend te zijn. En onder hen zullen er weer relatief veel zijn die toch besluiten te stoppen. Want nadenken over wat er toe doet en wat niet, dat is een kwaliteit. George Simenon, van wie ik nooit een boek las, schreef er honderden. Op zijn zeventigste stopte hij, omdat hij er genoeg van had altijd maar in dienst van zijn personages te staan. Zijn laatste vrouw schonk hem – het was toen begin jaren ’70 – een bandrecorder. Hij raakte verslaafd aan elke dag een poosje herinneringen en overwegingen inspreken. Voor zichzelf. Beelden noemde hij het. Maar zoals dat gaat met goed verkopende schrijvers: het is uitgegeven. Een man als ieder ander. Ik lees het met bijzonder veel plezier en eigenlijk is dat onverwacht. En een beetje vermoeid, want nu ga ik toch ook maar een Maigret ter hand nemen.

Simenon is krankzinnig eerlijk. En hij lijkt nauwelijks iets te pretenderen. Hij had succes, verkocht miljoenen boeken, een redelijk avontuurlijk leven – zeker wanneer je in ogenschouw neemt dat hij dagelijks zo’n 50 bladzijden schreef, en in niet samenhangende beelden roept hij moeiteloos een hele wereld op. Van Luik in het eerste decennium van de twintigste eeuw. Van Parijs in het daaropvolgende, op een wijze die Patrick Modiano in herinnering brengt, maar ook Paul Léautaud, of Jules Rénard. En hij geeft een beeld van een onvolmaakt mens.

De eerste zin de film ‘Don Juan’ luidt in mijn herinnering: ‘My name is Don Juan de Marcos. I’ve had more than a thousand women.’Iets waarbij ik onmiddellijk in de lach schoot, omdat het iets grotesks heeft. Volgens Simenons tweede vrouw heeft George zeker met 1.500 vrouwen het bed gedeeld. Zijn eigen inschatting is een stuk hoger, maar ik ga maar even af op de tweede vrouw. Waar ik het in de film ongeloofwaardig vond, moeten we dit van Simenon dus wel aannemen. Ik verwacht dat dat plezierig kan zijn, maar denk ook dat er een pathologische grondslag in het spel moet zijn. Wellicht wel verwant aan de neiging om dagelijks tussen de 40 en 80 pagina’s te schrijven. En oneindig veel te drinken.

Op 70 jarige leeftijd dus, haalt Simenon opgelucht adem. Dat hoeft niet meer. Die jacht. De memoires van iemand die vooral voor zichzelf spreekt lijken me eerlijker dan die voor publicatie bedoeld zijn. De eerlijkheid in deze ‘onbedoelde memoires’ zijn het aantrekkelijkst. Het is als poëzie van Leo Vroman in zijn laatste decennia: spel zonder een seconde te wijden aan de gedachten wat-men-er-wel-niet-van-mag-vinden. Vrijheid dus, in tekst. Nu maar hopen dat je daar niet per se 70 voor hoeft te worden.

IK ZIE DE TOEKOMST


Ik zie de toekomst als een onrijpe
ongeplukte vrucht van het verleden.
Dat is de oorzaak of de reden
waarom we haar nog niet begrijpen.

Maar wat is begrijpen voor begrip:
dat we alles kunnen doorzien
en herleiden tot minder dan een stip
van sindsdien tot voordien?

Dan begrijp ik zelf met
alle hulp van daarnet
al minder dan een moment:

hoe ik ook heb opgelet,
die plooi in ons opengegooide bed
is mij totaal onbekend.


Leo Vroman, Fort Worth, 19 mei 2013 (verschenen in Tirade)

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.