Over de doden niets dan…

Uit mijn tweedehands Mozartbiografie van Wolgang Hildesheimer viel een knipsel: een necrologie van de auteur, uit 1991. Er gaat bijna geen necrologie voorbij of er staat iets in over wat een necrologie is of moet zijn. ‘Necrologieën horen bij de dagelijkse produtie van het kunstbedrijf,’ stond er in deze, meteen gevolgd door de opmerking dat Hildesheimer aan het kunstbedrijf geen boodschap had. Nee, want die is dood, dacht ik, maar een kunst is het natuurlijk wel.

In De Groene Amsterdammer besprak Edzard Mik vorige week leven en werk van architecte Zaha Hadid (‘Het einde’). Tenminste, dat is het uitgangspunt van die rubriek, maar de eerste helft van het stuk gaat over wat anderen over Hadid  hadden geschreven. Haar leven was door hen teruggebracht – lees ik tussen de regels door – tot een clichématige sterrenarchitect: een vrouwelijke welteverstaan, een bitchy diva met falende bouwprojecten. Schoonheidsfoutjes die volgens Mik alleen maar werden aangewend om haar menselijker te maken, want falen is immers de norm van de middenmoot. Terwijl Hadid toch een onvervalste architectonische hoogvlieger was, zoals Mik in het tweede gedeelte vol bewondering voor haar visie laat zien. Daarvoor had hij ook gerust de hele pagina mogen nemen.

Laat vooral geen necrologie optekenen door iemand die behept is met bezwaren, afgunst of haat jegens het ontvallen onderwerp. Het is een open deur, maar wel een die vaak niet wordt ingetrapt. De necrologieën van Wim Brands las ik de afgelopen tijd welhaast allemaal… Tommy Wieringa presteerde het om het in zijn stuk (Leeuwarder Courant) vooral over zichzelf te hebben. Dit onder de kop: ‘Hij vertegenwoordigde een wereld waatoe ik graag wilde behoren’. In dezelfde krant schreef tzummer Coen Peppelenbos dat de voorbereiding van Wim ‘wel eens te wensen over [liet], al merkte je daar als kijker meestal niet zo veel van’ – met een uitgebreid voorbeeld erbij. Hij presteerde het kortom om iets lulligs te zeggen.

Wie maar onplezierigheden wil opdissen bij iemands verscheiden, houdt beter zijn mond. Minstens één omwenteling rond de zon laten verstrijken, zoals naar goed Joods gebruik, want kritische reflectie komt later wel weer. ‘Ik ga daar echt niet staan liegen,’ hoorde ik iemand zeggen over een herdenking voor Wim Brands, en diegene ging dus ook niet. De kunst van een necrologie is om er tussenin te zitten en uit te gaan van wat – hoe curieus dat ook mag zijn – de dood te bieden heeft: overzicht. Iemand even optillen zonder een enkele slechte karaktertrek te verontachtzamen, maar op een milde manier. Kijk, Wim was een innemende betweter. Als je het niet met hem eens was dan zei hij gewoon: ‘Ik zal je uitleggen waarom jij dat denkt’, en dan volgde er een verhaal waarbij je toch weer aan zijn lippen hing.

Ik ben benieuwd wat de dood van Prince ons op dit vlak zal brengen.

 

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds drie jaar blogt hij wekelijks voor tirade.nu. Hij ziet er overigens anders uit dan hij eruitziet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Marko van der Wal

Marko van der Wal (1989) is opgeleid als classicus, redacteur van Tirade en werkt bij Uitgeverij Van Oorschot. Sinds enkele jaren blogt hij (onregelmatig) voor tirade.nu.