Poponari

Wij hadden elkaar leren kennen via het internet. Nu alweer bijna twee jaar geleden – wat net zo goed een ander tijdperk had kunnen zijn. Een filmtijdschrift had ons beiden om een artikel over cinema en politiek gevraagd. Het mijne werd afgewezen; het zijne niet. Belangrijker is dat we elkaar op deze manier leerden kennen en dat ik enkele weken later naar Boekarest zou gaan om aldaar gastlezingen aan de faculteit Nederlands te geven. We maakten plannen waarbij hij me niet alleen door de stad zou rondleiden, maar we tevens een roadtrip door het land zouden maken om onder andere ook zijn geboortestad Brasov aan te doen.

Net iets te laat bracht hij zijn geliefde ter sprake. Onze gesprekken waren niet heel expliciet, maar er werd genoeg over en weer geïnsinueerd om de revelatie van zijn relatie als een koude douche te ondergaan. In praktische termen bleven onze plannen dan wel ongewijzigd, maar het beeld dat ik in mijn hoofd had van dat kasteel in de bergen dat uitkeek over een ravijn, deed opeens toch minder romantisch aan. Was die vriend ook op de hoogte van mijn bestaan? En welke beelden had hij in zijn hoofd met betrekking tot deze reis?

Uiteindelijk gooide een pandemie roet in het eten. De plannen werden tot nader order opgeborgen. Desalniettemin bleven we berichten over en weer sturen waarin geen van beiden ervoor terug deinsde zo nu en dan de insinuerende draad van weleer weer op te nemen.

Tot het vorige week dan toch zover was. De man die ik al zes maanden mijn geliefde mocht noemen, moest voor een tentoonstelling naar Los Angeles, maar daarvóór was het noodzakelijk dat wij twee weken in quarantaine gingen buiten de Schengenzone. Aangezien zijn galeriehouder daar een appartement bezat, zouden wij die twee weken in Boekarest doorbrengen. Opnieuw werden er plannen gemaakt met de Roemeense schrijver en hoewel de obstakels deze keer van minder mondiale omvang waren, zou het uiteindelijk toch pas lukken om de avond voor ons vertrek af te spreken. Alsof de sterren schroomden deze ontmoeting plaats te laten vinden.

Hoewel onze gespreksgeschiedenis reeds meer dan anderhalf jaar besloeg, werd ik toch overvallen door verlegenheid toen ik hem daar uiteindelijk zag staan. Het was mijn geliefde die me moest aansporen op hem af te stappen, want net zo goed had ik rechtsomkeer gemaakt en de sterren hun gelijk gegeven, maar niet veel later zaten we met zijn vieren aan een tafel, verscholen tussen de bomen van het Cismigiupark, en maakten we de reserves die we al die tijd hadden opgebouwd buit.

Al gauw kwamen we te spreken over de nieuwe wetgeving die zonet in Hongarije aangenomen was en die onze relaties gelijkstelde aan die tussen pedofielen en hun slachtoffers. In Roemenië wordt homoseksualiteit in het beste geval getolereerd, indien er niet al te veel ruchtbaarheid aan wordt gegeven. Beide jongens herinnerden zich hoe de eerste Pride-betoging in Boekarest, waar zij toen nog niet woonden, op het televisiejournaal kwam omdat de conservatieve oppositie een tegenbetoging georganiseerd had als excuus om slaags te geraken met de regenboogactivisten. De schermutselingen werden destijds gekaderd als door de poponari veroorzaakte rellen die door de gehele bevolking luidkeels werden veroordeeld. Sindsdien zijn er kleine overwinningen geboekt die reden geven tot optimisme. Hoop misschien zelfs.

Pride hing voor mij altijd samen met de realisering dat het perfect mogelijk was een leven op te bouwen buiten de verwachtingspatronen en begrippen van wat men tegenwoordig heteronormativiteit pleegt te noemen. In de praktijk betekende dit voor mij slechts dat ik mijn uiterste best zou doen te ontsnappen aan het verstikkende klimaat dat de laatste tien jaar van mijn ouders’ huwelijk domineerde. Hoewel ik graag fantaseer over het prachtige witte kleed waarin ik, wanneer het zover is, de kerk binnen zal schrijden – want ik geloof dusdanig in het huwelijk dat ik maar liefst vier keer wil trouwen – is het laatste wat ik met betrekking tot mijn relatie nodig heb, bevestiging van buitenaf. Al te vaak en veelal ongevraagd liet ik mezelf ontvallen dat de buitenwereld mijn geaardheid en de daaruit voortkomende relatie niet leuk hoeft te vinden of (wat een verschrikkelijk woord) tolereren. Nee, de buitenwereld moest mij vooral met rust laten.

Op mijn laatste avond in Boekarestkwam ik erachter hoe zeer ik, met dit soort uitspraken, de verwezenlijkingen van alle activisten die mij voorgingen voor vanzelfsprekend hield. Hoe gemakkelijk het is het recht op onzichtbaarheid op te eisen wanneer er een beschermende wetgeving, hoe precair dan ook, was afgedwongen door diegenen die zich niet meer in de luwte wilden ophouden. Zou ik met evenveel gemakzucht durven beweren dat ik de erkenning of bevestiging van de buitenwereld niet nodig heb wanneer een aan de Hongaarse gelijke wetgeving in het parlement van mijn geboorteland werd doorgevoerd?

We lieten het onderwerp rusten en kwamen te spreken over belangrijker zaken zoals dragrace en de sentimentaliteit van de heisa rond het net begonnen Eurovisie Voetbalfestival. Maar daags nadien, op het vliegtuig, kwam het beeld van deze vier poponari aan een tafel die zich, enigszins van de buitenwereld afgeschermd, amuseerden, symbool te staan voor wat Pride ook zou moeten betekenen. Met alle contradicties van dien.

Michaël Van Remoortere

Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe. In de winter woont en werkt hij in zijn geboortestad Oostende.