Projectie

We waren op Kreta en het eiland viel mee. Ik had me toeristenflats voorgesteld, kustplaatsjes van een honderdtal witte vissershuizen met een groot modern hotel en een parkeerterrein voor honderd touringcars erachter.

De mensen waren niet te vriendelijk en maakten lekker eten, helemaal als je iets verder naar het binnenland ging, waar het landschap mooi bergachtig ruig werd.

Na zo’n avond eten reden we terug naar huis over een onverlichte, slingerende weg toen een auto ons op hoge snelheid achterop kwam. De bestuurder gooide met zijn lichten en kleefde al snel aan mijn bumper. Er werd getoeterd.

Ik geloof dat B en ik – voorin, de kinderen zaten achter – allebei dachten dat we overvallen zouden worden, maar om die angst niet uit te laten komen, zwegen we. Een dichte spanning drukte tegen de ruiten.

‘Wat is er aan de hand?’ vroeg Nadim.

‘Niks,’ zei ik terwijl de auto me op hoge snelheid inhaalde en terugkeerde naar de rechterbaan. Zijn remlichten vlamden op en ik moest flink op mijn eigen rem trappen om een botsing te voorkomen.

‘Waarom rijden we zo langzaam?’ vroeg Nadim.

Ik vertraagde nog meer en kreeg een paar meter ruimte tussen ons en de voorligger. Hij leek nog niet van plan ons te dwingen om te stoppen. Wachtte hij op versterking? Werden we in een hinderlaag gelokt? Was dit – opeens de best denkbare optie – een heel omslachtige politiefuik en moest ik strakjes blazen?

Had ik drie glazen wijn gedronken of waren het er inderdaad maar twee?

Er lag niets zwaars om mee te meppen in de huurauto. Als er een krik was of een wielsleutel dan lagen die onderin de achterbak, en daar konden we nu met geen mogelijkheid bij.

Een paar verschrikkelijke minuten lang hield onze belager vijftig kilometer per uur aan. Pas toen we langs het flitskastje op de witte paal gereden waren, trok hij op, om met hoge snelheid uit het zicht te verdwijnen.

Hierna kon de Griek – en in het bijzonder de Kretenzer – bij mij niets meer fout doen. Elke dag was fijner dan de vorige, elke taverna een van mijn beste eetervaringen.

Ik wilde een beeld boven dit stukje zetten dat de fijnheid van het eiland mooi zou overdragen, maar maak heel zelden foto’s en deed dat op Kreta kennelijk al helemaal niet.

Wat ik wel heb zijn honderd foto’s van straatkatten, die Nadim fotografeerde met mijn iPhone in het kader van een schoolproject.

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, journalist en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit (nominatie Academica) en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín en Dorp (nominatie Boekenbon- en Librisprijs).