Raoul DUFY (1877-1953)

Homme lisant, 1898 Huile sur toile marouflée sur carton. Signée en bas à gauche et datée. (Manques). 22,5 x 15,5 cm.

‘#lekkerweertje aan het strand in #normandie’

twittert deze jongen, is de eerste sensatie. Niet de meest voorkomende gedachte overigens bij alle 88-plussers die in het Larense Singer museum naar het schilderij stonden te kijken. Maar bij mij dan toch wel. Of stonden? Het ritmisch gebonk van luchtbanden  tegen je kuiten was niet van de lucht.

Gisteren keek ik de ‘zwartepieten documentaire’ Zwart als roet van Sunny Bergman. Een hele goede film die duidelijk maakt hoe het zit. Als je nog niet vond dat er wel wat te veranderen valt, dan vind je dat na deze film.  Op zeker moment vraagt ze aan een drietal grijze rijke witte mensen bij een VPRO avondje, of wat we daar zien de afspiegeling van de bevolking is. Ja, zeggen ze schaapachtig, een beetje trots ook wel: alle lagen van de bevolking zijn vertegenwoordigd.  De camera gaat even rond en je ziet nog 300 witte  mensen met een tweemaalmodaal inkomen.

Waarom zien mensen dat niet? Als je door een museum loopt is dat net zo. Het Singer is weliswaar extreem, maar het Stedelijk in Amsterdam of het Haags Gemeentemuseum is niet veel anders. Naar schilderijen kijken lijkt een bezigheid waar vooral mensen die wit zijn, die rijk zijn en die redelijk oud zijn zich mee onledig houden.

0af19e780d89fa8cafa4ea31b70807c2Daar hoeven ze zich niet voor te schamen. Maar het is wel zinnig de buitennissigheid van je eigen voorkeuren te doorgronden.

Raoul Dufy heeft iets heel prettigs voor de museumbezoeker, wat ik verder alleen bij Matisse zijn knipkunst wel eens had: je krijgt onmiddellijk zin om aan het werk te gaan. Dit kan jij immers ook. De lichte toon bevalt me, en vreemd genoeg: dat de man dessins maakte voor modehuizen. Zijn affiliatie met het geld in die tijd vind ik wel verfrissend. Het is luchtige, kleurrijke en vrolijke kunst. De dessins werden met name door Paul Poiret gebruikt, een modekoning uit de twenties, de man who liberated women, creating high-waisted tunics and shorter skirts.

 

E14802-raoul-dufy-1920-croquis-de-modes-n-3-gazette-du-bon-ton-hprints-comn zo loop je door het Singer langs cocktail jurken, behangetjes en havengezichten, portretten en stillevens. En je vraagt je af (ik roep de verdenking over mij af een gerontophoob te zijn… wat niet waar is, ik houd van oude mensen ‘en met name hun verhalen’:-)

Stel dat je geboren bent in een decennium waarin de mode dit voorschreef, waarom is daar dan zo weinig van overgebleven? Waarom heeft elke esthetiek zich bij vrijwel iedereen op zekere leeftijd volledig teruggetrokken? Dat kan niet uitsluitend praktische redenen hebben. Het is ook niet mogelijk dat je door alle modes die je daarna doorlopen hebt ver af bent komen te staan van je gevoel van schoonheid in je jeugd.  Nodig is dat niet, want een heel enkele keer zie je gewoon een 07978-raoul-dufy-1920-croquis-de-modes-n-6-fashion-coat-gazette-du-bon-ton-hprints-comtachtigjarige lopen met stijlgevoel. En dan weet je wat het straatbeeld mist in een vergrijzend land.

Waarschijnlijk zijn de modehuizen de schuldigen en hebben afnemende modebehoefte van oudere mensen en de noodzaak praktische kleren aan praktische mensen te verkopen elkaar versterkt tot het droevig beeld dat een regendag in een middelgrote stad thans oplevert. Ik zou willen pleiten voor catwalks met bejaarden, al of niet met rollatorondersteuning,  modeshows en hele couturiers-lijnen voor boven de 70.

Dan hebben de ouden van dagen bovendien iets anders te doen dan altijd maar rondhangen in de Nederlandse musea.

Tirade – On the catwalk

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.