Samen doen

Hoewel ik toen best vriendjes had, herinner ik me van mijn vroege jeugd vooral de vele uren dat ik rondspeelde in mijn hoofd, al dan niet bijgestaan door huisdieren, knuffels of opstellingen van mijn Playmobil.

Enig kind, was ik, en als er mensen kwamen spelen dan was dat leuk, maar kwamen ze niet, dan was het ook oké. Op de middelbare school werd de binnenkant van mijn hoofd steeds belangrijker. Mijn vrienden waren op één hand te tellen, en bleven jarenlang dezelfde vingers. Ik hield van die vrienden, maar als ze er niet waren dan was dat ook oké.

Wat, zou je zeggen, heeft zo-iemand in de horeca te zoeken?

Soms, zoals ook voor de beste vrienden geldt, geeft het leven je niet wat je denkt te willen, maar wat je nodig hebt.

Mocht ik ooit gedwongen worden te emigreren, dan zal ik – ook op mijn achtenzestigste – een baantje in de bediening zoeken. Binnen drie werkdagen heb je een vriendenkring, binnen een maand een netwerk, binnen een jaar de sleutels tot de stad.

Achter de bar ontdekte ik dat de meeste mensen wél op me zaten te wachten; dat het me weinig moeite kostte om soepel om te gaan met advocaten, muzikanten, toeristen, marktkoopmannen en krakers. Bovenal ontdekte ik een versie van mezelf die geen genoeg kon krijgen van de lichtjes, de drankjes, het tollen van de stad. Omdat het café waar ik werkte een poflijst had, leerde ik om bij een eerste contact meteen de naam van mensen te onthouden. Een vriendenkring, een netwerk, een loper volgde.

Na vijftien jaar achter de bar en in de bediening kwam ik in de keuken terecht, een werkplek waar je op een bijna fysiek niveau met je collega’s vergroeit. Jouw hand is mijn hand is de hare, als dat voorgerecht voor tafel twaalf er maar binnen drie minuten staat. Mijn besluit om schrijver te worden betekende het einde van samen koken, en ik mis het elke dag.

Het zintuiglijke, de manier waarop overzichtelijke taken me volledig in beslag namen, het aanraken en worden aangeraakt. Die lome leegte als de adrenaline na een lange dienst was uitgewerkt. De smaak van bier, op zo’n moment. Hoe vrij mijn vrije dagen voelden.

Dat schrijven, om met vriend-schrijver Richard de Nooy te spreken, is maar alleen. Na tien jaar wilde ik verder groeien in de literatuur, maar dan wél in samenwerking met anderen.

De eerste die ik belde was Wytske, daarna volgden Roos en Richard. Inmiddels hebben we er twee samenkomsten op zitten, en het is de bedoeling dat we elkaar maandelijks blijven zien. Natuurlijk kunnen we onze teksten ook mailen voor feedback, maar het samen zitten met ons werk voelt minstens zo belangrijk.

Wat ik misschien geleerd heb sinds mijn kinderjaren, is dat iets pas echt gaat leven als je het deelt.

Beeld: Koken met Olle, Nathalie Girard

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. Op 23 juni 2021 kwam Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.