Tandeloos compromis

 

 

 

 

 

 

 

 

De lippenstift breng ik secuur aan en als ik mijn lippen tegen elkaar wrijf, kijk ik in mijn eigen ogen, naar mijn wrijvende lippen en weer terug naar mijn ogen. De vloeiende lijn van mijn linkermondhoek naar mijn filtrum is identiek aan de lijn van mijn rechtermondhoek naar mijn filtrum. Uit gewoonte tuit ik mijn lippen naar mijn spiegelbeeld en draai mij om naar degene die in de gang op me staat te wachten. “Hoe zie ik er uit?” Waarom vraag ik dit? Wil ik horen dat ik er mooi uit zie, of slechts een goedkeuring dat ik zo wel de deur uit kan lopen? Of is het een bevestiging van een compromis dat we samen zijn aangegaan. Een compromis waarin ik voldoe aan de verschijning die volgens jou mij definieert en ik zo een poging kan doen om mezelf te definiëren? Het enige dat ik voor dit compromis elke dag kan nagaan, is mijn spiegelbeeld, maar dat is slechts een gespiegeld beeld waarin ik kan afvragen of mijn linkeroog groter is dan de rechter. Er bestaat een schoolfoto van mij waarop ik één van mijn voortanden mis. Die missende tand weerhield mij er niet van om breeduit naar de camera te lachen. Toen ik een paar weken later de foto mee naar huis kreeg was ik in de war. Op de foto zag ik mijzelf lachen, maar het gat van mijn wisselende voortand zat op de verkeerde plek, alsof het gat in mijn gebit had gewisseld met de voortand die er naast zat. Thuis keek ik in de spiegel en lachte naar mezelf. Mijn nieuwe voortand was half doorgekomen en ik stak mijn tong door het open stuk tussen mijn onder- en bovenkaak. Mijn gezicht bracht ik dichter bij de spiegel. Daar zat het gat wel op de goede plek, namelijk recht tegenover het missende gedeelte in mijn gebit. Ik hield de foto vlak voor mijn gezicht en boog deze dichter op de foto. Pas nadat ik mijn ogen uit de foto had geknipt en het masker voor mijn gezicht hield, zag ik dat het wel klopte. Het lege stuk tandvlees zat nu wel op de goede plek.

 

 

Zondagblogger Mira Aluç (Schiedam, 1993) doorliep de Akademie van Beeldende Kunsten in Den Haag en debuteerde in Tirade 459 met het kortverhaal Eila.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *