Had Hemingway humor? Nee, of in ieder geval nauwelijks. Hoewel ene Jeffrey Meyers in 2004 in de Michigan Quarterly Review betoogde dat ‘his most underrated quality his lively sense of humor’ was, zou niemand Hemingway omschrijven als een humoristische schrijver. Daarvoor nam hij zichzelf en het leven veel te serieus.
De manier waarop hij in A Moveable Feast Scott Fitzgerald belachelijk maakt is weliswaar erg grappig en zijn venijnige beschrijving van Robert Cohn in het openingshoofdstuk van The Sun Also Rises is dat ook. Maar daarmee hebben we het wat de humor in zijn werk betreft wel zo’n beetje gehad. In For Whom the Bell Tolls (490 blz.) is bijvoorbeeld geen enkele goede grap te vinden.
Eigenlijk is Hemingway het grappigste als hij het zelf niet doorheeft. Een mooi voorbeeld daarvan staat in Green Hills of Africa: een boek waarin hij in de traditie van Toergenjev enkele jagersverhalen bundelde, grotendeels gebaseerd op een maand safari in de jaren dertig in Oost-Afrika. Deel 1 en deel 2 van Green Hills of Africa zijn het meest de moeite waard, omdat hij daarin zijn jaagavonturen lardeert met allerlei opmerkingen over literatuur. Helemaal mooi wordt het wanneer hij het een met het ander verbindt: ‘It is not pleasant to have a time limit by which you must get your kudu or perhaps never get it, nor even see one. It is not the way hunting should be. It is too much like those boys who used to be sent to Paris with two years in which to make good as writers or painters after which, if they had not made good, they could go home and into their father’s business.’
De onbedoeld grappige scène speelt zich een paar pagina’s hiervoor af. Tijdens de safari in Tanzania komt hij op een avond een Oostenrijker tegen. Deze Oostenrijker blijkt veel van literatuur te weten, wat goed uitkomt voor het verhaal. Hemingway biedt hem iets te drinken aan en stelt zichzelf voor. Dan komt er vervolgens deze dialoog:
‘“Kandinsky,” he said and bowed. “Hemingway is a name I have heard. Where? Where have I heard it? Oh, yes. The dichter. You know Hemingway the poet?”
“Where did you read him?”
“In the Querschnitt.”
‘That is me,” I said, very pleased. The Querschnitt was a German magazine I had written some rather obscene poems for, and published a long story in, years before I could sell anything in America.’
Hier moest ik erg om lachen toen ik het voor de eerste keer las. Dat een of andere Oostenrijker, die hij ’s nachts bij een kampvuur in de savanne van Tanzania tegenkomt, zijn naam kent is op zichzelf nog niet eens zo heel opmerkelijk, want bijvoorbeeld A Farewell to Arms was drie jaar voor deze ontmoeting in een Duitse vertaling verschenen. Wat het nogal absurd maakt is dat deze Kandinsky hem kent vanwege een paar gedichten die ooit in de Duitse Tirade van de jaren twintig stonden, en die trouwens literair gezien op geen enkele manier interessant waren (zie hier voor een van die gedichten).
Vooral de zinnen ‘Oh, yes. The dichter. You know Hemingway the poet?’ zijn erg grappig. Zou die verdwaalde Querschnitt-abonnee dat echt zo hebben gezegd? In het voorwoord van Green Hills of Africa schrijft Hemingway dat geen van de gebeurtenissen en personages in het boek door hem verzonnen zijn. Anderzijds, een schrijver die voorin een boek het tegendeel beweert moet je ook nooit geloven.
Lees de Tirade Blog

Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen
De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
Lees verder
Zoeken
’s Ochtends vroeg: we staan achter het hek en speuren door verrekijkers het weiland af. Het perceel lijkt ongemoeid, straks de boer maar even bellen wat zijn plannen ermee zijn. Er zitten kieviten op. Twee dofferts – mannetjes – duikelden zopas even door de lucht en streken erop neer. Vorige week vonden we al een...
Lees verder
Roeien – een liefdesverklaring
De encyclopedie van het geluk 30 Ik heb veel nagedacht over de activiteit van het roeien. Gewoon omdat ik veel geroeid heb. En als de mederoeiers de bovenmenselijke goedheid hebben even te zwijgen is er ruimte voor denken. Laatst vertelde ik er iemand over. Ik roeide op een sloep uit het begin van de eeuw....
Lees verder
Blog archief

