Uitsterven, vier maal

De passengers pigeon

1. Dit jaar is het honderd jaar terug dat de laatste passengers pigeon stierf. De duif Martha stierf in een dierentuin in Cincinnati Zoo in 1914. Dat is twaalf jaar nadat de laatste wilde duif door een kwajongen uit een boom werd geschoten met een katapult. Dat was hem niet echt kwalijk te nemen want in de vijftig jaar daarvoor was de Passengers pigeon het armeluisvoedsel bij uitstek geweest, Huckleberry Finn sloeg ze met een knuppel uit de lucht. De religieuze Amerikaan vergeleek de vogel met de oudtestamentische kwartels waarmee de ‘Heere Heere’  het volk Israëls in de woestijn van eten voorzag. Miljarden vogels vlogen halverwege de negentiende eeuw in zwermend die de zon verduisterden over Noord Amerika.  Eén zwerm had 14 uur nodig over te trekken volgens ooggetuigen. De vogel had een handigheidje in zijn kaak zodat hij grote noten en vruchten in een keer kon inslikken. Een vraatzuchtige duif in groten getale. Waarom stierf hij uit? Minder bosgrond, intensieve jacht verklaren een deel, maar toch zeker niet alles. Bijzonder bij-apect: mogelijk werd uitsterven versneld door dat hij in zijn darwinistische ontwikkeling was gaan rekenen op ‘in groten getale zijn’ Dat verklaart dan zijn zo vlugge decimering. Dat gaat ons misschien ook overkomen want:

2. Wij sterven uit, nu nog niet, maar wel ooit. Het is aardig om daar sub specie aeternitatis eens over na te denken, zoals ik recent las dat men deed in The New Yorker (alwaar ook een stuk over de passengers pigeon, al mijn blogs komen uit de new yorker, ik plagieer en geef het om de nrc de wat mij betreft te overduidelijke lol te ontnemen die men daar aan ontmanteling lijkt te beleven zelf maar even toe ). Het is vreemd je een wereld voor te stellen waar de mens niet meer is. Als over een miljard jaar, een beschaving die van ons eens onder de loep gaat nemen dan zullen ze enige tijd nodig hebben om te beoordelen wie nou precies wiens huisdier was. Waren die grote tweevoeters de huisdieren of zelfs vee van die kleine katachtigen? Of andersom.  Hoe zullen geografen ons tijdperk noemen, wat zal het opvallendst blijken te zijn geweest? Plasticgebruik of wegenbouw? Toenemende co2 neerslag of nucleaire fall out? Wat voor betekenis wordt door de archeoloog toegekend aan de vierkante platte reliekschrijntjes in soorten maten  die een centrale positie innemen in het huishouden van deze kleine katachtigen?

3. De mens die gewoon zijn werk doet en daarvoor gewaardeerd wordt sterft uit. Walter Mitty is er zo een. Ben Stiller speelt hem, de kleine dromer die eerder door Danny Kaye vereeuwigd (1947)  werd op doek. James Thurber schreef een kort verhaal met de titel The Secret Life of Walter Mitty gepubliceerd in jawel alweer The New Yorker in maart 1939, en Stiller maakt er een aantrekkelijke feel good movie van. De grijze muis Mitty werkt op de negatievenafdeling van Time Magazine, en is wel de enige die de befaamde fotograaf Sean O’Connell – weer een fantastische rol van Sean Penn – als aanspreekpunt gebruikt. O’Connell is de man van het volle leven, het avontuur. Hij stuurt negatieven voor de laatste cover, het bedrijf wordt opgedoekt door managers van het foute soort. Maar het juiste negatief zit er niet bij. Walter moet op zoek, en gaat ook eindelijk op avontuur. Half tussen droom en werkelijkheid leert Mitty dat je een stap moet zetten.  Aardige scene in de film is de beklimming van een top in de Himalaya door Mitty, hij reist O’Connell achterna. Dan treft hij hem op het moment dat hij een sneeuwluipaard wil vastleggen. ‘Beautiful things don’t ask for attention.’ En als hij die dan voor de lens heeft, klikt hij niet. Waarom niet? Omdat hij iets soms zo mooi vind dat hij niet gehinderd wil worden door de camera, maar dat hij het moment laat duren. Dit moment, zegt hij dan. 

4. Het raadsel sterft uit. In 1872 treft men een schip aan, de Mary Celeste op de Atlantische oceaan, zeilen in orde, geen averij, complete lading aanwezig. Er is alleen geen mens aan boord, de complete, vakkundige crew is verdwenen en wordt nooit gevonden. Er zijn artikelen , films over, boeken vol over geschreven, een bevredigende verklaring is er niet. En alleen voor dit blog mag er op de reling, nabij de voorplecht een eenzame passengers pigeon zitten, die alles zag, maar niet koert.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.