Vanderwaalse krachten

Als het sneeuwt loop ik een sneeuwgedichtenrondje, twee moeten altijd even gelezen, dit is de eerste:

Winterstilte

De grond is wit, de nevel wit,
de wolken, waar nog sneeuw in zit,
zijn wit, dat zacht vergrijzelt.
Het fijngetakt geboomte zit
met witte rijp beijzeld.

De wind houdt zich behoedzaam stil,
dat niet het minste takgetril
‘t Kristallen kunstwerk breke,
de klank zelfs van mijn schreden wil
zich in de sneeuw versteken.

De grond is wit, de nevel wit,
wat zwijgend toverland is dit?
Wat hemel loop ik onder?
Ik vouw de handen en aanbid
dit grootse, stille wonder.

Die stamt uit mijn jeugd, waarschijnlijk bij benadering het eerste gedicht dat ik hoorde, als we het Hooglied of Spreuken niet meerekenen (ook wel sneeuw daar: ‘Evenmin als de sneeuw in de zomer en de regen in de oogsttijd, past eer bij een dwaas.’) Mijn moeder – van 1933 – leerde het op school uit haar hoofd. Het is van Jacqueline E. van der Waals. Over van der Waals heerst het in Nederland regelmatig voortkomende misverstand dan religieuze mensen niet zouden kunnen dichten. Dit is een goed gedicht vind ik… ook als ik abstraheer van mijn diepe gevoel erbij, denk ik dat hier heel goed geluisterd, gekeken, is naar buiten, en naar binnen. En wat er aanbeden wordt is niet God, maar dit grootse stille wonder.

Een sneeuw ligt in den morgen vroeg
onder de muur aan, moe en goed
beschut en een arm kind komt toe
en staat en ziet en met zijn voet

gaat het dan schrijven over dit
prachtige vlak en schuifelt licht
bezonnen en loopt door, zijn mond
trilt in het donker klein gezicht.

J.H. Leopold

Dit is dan wel de klassieker. Vooral door het onbepaald lidwoord dat Willem Jan Otten tot zijn schitterende toneelstuk met die titel bracht: Een sneeuw. Moe en goed, een knap staaltje projectie. In Leopold kun je ook blijven lezen. Die groeit met je leeftijd mee, moet je elk decennium opnieuw leren kennen. Ik smacht naar de Halsema-biografie van deze intens boeiende en droevige figuur.

Ik wandel nog wat door, in sneeuw en in sneeuwteksten. Om ongetwijfeld te eindigen bij de besneeuwdste roman die ik ken: Dokter Zjivago van Pasternak.

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.