Ik ging tennissen met een advocaat. Hij tennist wekelijks en vertelt regelmatig over zijn avonturen op het gravel. Al een paar maanden lang zeur ik hem aan het hoofd of we niet een keer samen kunnen tennissen.
‘Dat kun jij helemaal niet,’ zei hij toen ik er de eerste keer over begon.
‘Ik wil het leren,’ antwoordde ik. ‘Misschien blijk ik wel een natuurtalent.’
Pas na een stuk of tien van dit soort gesprekken stemde hij toe, zij het met tegenzin. In verband met eventuele reputatieschade (voor hem) mocht ik alleen op een vrijdagochtend met hem de baan op, als er verder toch alleen maar bejaarde vrouwen met parelkettingen waren.
Bij Perry kocht ik een tennisracket. Mijn eerste contact met de tenniswereld begon wat onwennig, want in de winkel hield ik het racket naast mijn lichaam, om te zien tot waar het handvat reikte. ‘Ik heb wel eens gehoord dat het racket ongeveer tot je heup moet komen,’ zei ik tegen de verkoopster. Dat leek me een deskundige opmerking.
‘Dat is bij de junioren zo,’ zei ze terwijl ze geen blijk gaf van een enorme hoogachting van haar klant. ‘Het zou ook wel een erg lang racket worden, toch?’ Dit meisje was vijftien jaar jonger dan ik.
‘Ja, nee, tuurlijk,’ zei ik.
Op de grote dag zelf reserveerde de advocaat, in verband met diezelfde eerdergenoemde reputatieschade, een achterafbaan. Het was een tennisclub in het Vondelpark. De takken van grote bomen hingen over de hekken heen en vogels floten boven het geplok van tennisballen uit.
Aangezien mijn tegenstander dit niet zozeer als een tennisles zag maar meer als een training voor zijn volgende wedstrijd, was ik al snel voortdurend ballen aan het rapen die links en rechts aan me voorbij stuiterden. Misschien heb ik een vertekend beeld maar zonder ballenjongens ben je toch eigenlijk meer als een eekhoorn de ballen aan het verzamelen dan dat je werkelijk aan het tennissen bent.
Het werd uiteindelijk 6-0, 6-0. Ondanks deze nogal geflatteerde uitslag had ik na afloop, mede dankzij vier gamepoints, het idee dat ik toch lang niet slecht had getennist. Sowieso had ik, met uitzondering van dat ballen rapen, de tijd van mijn leven gehad. ‘Binnenkort weer?’ stelde ik voor, blij als een kind.
‘We zien wel even,’ zei hij afwezig.
Een paar dagen later had een gemeenschappelijke vriend van ons met hem afgesproken. ‘Hoe was het tennissen met Merijn?’ vroeg hij.
‘Hij was echt ontzettend slecht,’ zou de advocaat toen hebben geantwoord, maar het is een apocrief verhaal. Ik kan me niet voorstellen dat hij dat gezegd heeft.
Lees de Tirade Blog

Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Er geen vrij voor nemen
Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
Lees verder
Blog archief


