Vogelvrij maar gevangen

Iwan wil niet werken, Iwan wil klagen, Iwan wil een stakingsbond, Iwan kan wat betreft de rest van de bemanning in zijn eigen sop gaar koken. Een gezamenlijk doel werkt, net als een gezamenlijke vijand, heel verbroederend. En net nu de wind niet meer van voren komt, maar we met een mooie bakstag wind zeilen en het oceaan leven wat dragelijker is, begint Iwan te morren.

Vogelvrij zijn we. We kunnen geen haven meer in maar hebben de weidse oceaan rond ons heen. Gigantische razende oceaangolven gaan naadloos over in een bewolkte horizon. Soms kun je niet zien waar de golven ophouden en de wolken beginnen. En nergens een vliegtuigstreep in de lucht, we zijn nu echt op onszelf aangewezen. Zo is het dus om vogelvrij verklaard te zijn. Ons kantoor laat al een paar dagen niets van zich horen. Ze zouden ons op de hoogte houden, maar waarom ik geen antwoord op mijn berichten krijg weet ik ook niet. Heeft het virus soms ook om zich heen gegrepen bij hen op de wal? Aan de korte golf radio ligt het niet, die doet het wel; ik kan mijn weerberichten binnenhalen en krijg zelfs zo nu en dan een zeebrief van jou. Maar zijn wij nu de enige mensen die niets weten? Ineens herinnerde ik me drie jaar hiervoor weer. Toen zeilde ik op een ander schip over deze oceaan en hoorden we ook wekenlang niks van de vaste wal. We waren de enige mensen op aarde die niet wisten wie de nieuwe president van Amerika was. Toen we aankwamen schreef ik op:

Oceaanoversteek

Na vijf weken in afzondering op zee
De aankomst en het wereldse nieuws:
Een nieuwe Amerikaanse president
Leonard Cohen en Fidel Castro zijn gestorven
maar mijn opa kan weer lopen

De eerste vijf dagen dat we op de oceaan zaten, ramden we tegen de deining en wind in. Met een wind van vijf tot zeven beaufort vanuit de noord-oost konden we nog net noord-west koersen, alle zeilen close hauled zoals dat dan heet. In het Nederlands zou je het ‘in de wind prikken’ noemen, eigenlijk te hoog aan de wind willen zeilen waardoor de snelheid uit het schip gaat, maar je wel enkele graden hoogte wint. Ik moest die graden winnen omdat ik niet aan de westkant van Bermuda uit wilde komen: dit is volgens alle oceaankaarten ‘an area to be avoided‘ vanwege de ondieptes en reefs. Gelukkig zijn we zwaar beladen waardoor het schip dieper ligt en beter door de golven beukt.

De golven sloegen van voor tot achter over het dek. De klappen die de boeg kreeg deden het hele schip trillen. De grootste golven volgden elkaar op in een bepaald ritme: vaak drie keer zo’n extra hoge golf achter elkaar en dan weer even niks. De oceaan was die vijf dagen onze gezamenlijke vijand en gaf ons geen moment rust.

Op zulke momenten moet je niet gaan twijfelen aan de techniek van een schip. Ons houten bootje is iets meer dan 30 meter lang, een notendopje in deze gigantisch wilde oceaan. Ik wil niet te veel aan onze nietigheid denken, maar probeer me te concentreren op de dagelijkse dingen aan boord zoals een praatje met de stuurman, een vers gebakken brood en het lezen van een boek.

Als mens werden we weer even op onze plek gezet. We kunnen nog zoveel bedenken maar de natuur zal op het einde toch altijd sterker zijn. De oceaan is een van de weinige plekken ter wereld die dit nog laat zien. Je overgeven aan dit gevoel, soms inleveren maar je altijd totaal geven, dat is de manier waarop ik al twaalf keer de oceaan overstak.

En nu wil onze Iwan niet werken. Hij kwam weken geleden aan boord, het was een oude grijzaard. Hij zag er uit alsof hij al zijn gehele leven had gezeild en elke golf al gezien had. Toen er op een van de eerste avonden dat hij aan boord kwam wat rum in de man was, kwamen de sterke verhalen en iedereen was onder de indruk. Wat kon die man praten! Maar echte zeelui praten niet.

Nu, weken later weten we wel beter. Iwan wil het tuigage niet teren, hij wil geen nachtwachten lopen en hij wil de afwas niet doen. Hij wil zijn pijp roken en staren over zee. Dit soort vreemde vogels monsteren wel vaker aan maar meestal komt het op een gegeven moment wel goed. Uiteindelijk komen ze in het scheepsritme: het ritme van de oceaan. Wachtlopen, scheepsonderhoud, keukencorvee. Alleen als ik in een romantische bui ben en mensen me vragen waar ik van leef, antwoord ik: ik leef van de wind. Maar er is op zee weinig plek voor romantiek. En vrijheid? We zitten dicht op elkaar in een soort zelfgekozen gevangenis waar alles draait om routine en samenwerken. Niks geen vrijheid. En dat snapt Iwan niet, Iwan wil cruisen, Iwan wil zonnen op het dek terwijl de anderen werken. Iwan wil een groene revolutie vanuit zijn bed beginnen zonder zich zelf aan te passen.

Jullie hebben Corona, wij hebben Iwan en het enige wat ik kan doen is de communicatie op gang houden. Als je leeft op zo’n klein stuk leefoppervlak en het verzwijgen intreedt, dan slaat de sfeer om. Dit kunnen de mooiste dagen van ons leven zijn en dat vertelde ik tijdens onze dagelijkse bemanningbijeenkomst.

Zelfs Iwan klapte en later zag ik hem een half uurtje over dek zwalken met een potje teer in zijn handen, daarna zat i weer op het middendek te klagen en te staren over zee. Misschien leert hij het nog maar ik heb er een hard hoofd in. Iwan is een van die praters, die zelfs van de oceaan niet stil wordt.

Wiebe Radstake

Wiebe Radstake groeide op tussen de boeken van zijn ouders in tweedehands boekwinkel Boven het Dal te Zierikzee. Hij is zeekapitein op zeilschepen rond de wereld. Naast de zeezwerftochten die hij maakt, haalt hij zijn inspiratie uit het dwalen door de steden en het struinen over stranden. Hij werkt aan een brieven/reis boek met de titel Thuisvaarder/Thuisvader. De logs van Tirade zijn korte stukken uit Thuisvaarder.  Het gaat over Wiebe als jonge kapitein van een groot zeilschip zonder motor op weg van de Dominicaanse Republiek naar Amsterdam in tijden van Corona. Het tweede deel (Thuisvader) gaat over het krijgen van een kind en het als zeeman op de wal leven.