Waarin Winnie the Pooh een Vervolg krijgt

Natuurlijk wordt het op 5 oktober verschijnende en door David Benedictus geschreven vervolg op Winnie the Pooh met de grootste argwaan afgewacht. Wat denkt hij wel? De gelijke van A.A. Milne te kunnen zijn? Toch is het verre van onmogelijk om een vervolg in de geest van A.A. Milne te schrijven, zoals het ook niet hels lastig is om een schilderij in de stijl en geest van Ruysdael of De Hoogh te schilderen. Als je maar een beetje kunt schilderen en het voorbeeld bij de hand hebt.

Tea partyDe vraag is meer: wil je wel een vervolg lezen, of hou je het liever bij de twee delen die er zijn, Winnie the Pooh en House at Pooh Corner? Wil je meer van hetzelfde? Want daar zal het op neer komen. Benedictus zal helemaal in de geest van Milne te werk moeten gaan, anders wil geen Pooh-lezer er aan beginnen.

David Benedictus is duidelijk in de huid van Milne gekropen, dat blijkt uit het eerste hoofdstuk van Return to the Hundred Acre Wood dat in de Sunday Telegraph van zondag 27 september stond. Benedictus is een freelance schrijver van een reeks boeken, waaronder een als geestig bekend staande autobiografie. Hij is ook radiomaker en producer van de Pooh-luisterboeken, waarvoor hij Stephen Fry als Pooh wist te strikken en Judy Dench voor Kanga.

Benedictus’ taal is geheel en al Milne. De dialogen zijn helemaal in stijl. Hij wilde verhalen over Pooh schrijven die Milne ook had kunnen schrijven, schrijft hij in zijn nawoord bij dit eerste hoofdstuk. Vijf jaar geleden had hij twee hoofdstukken opgestuurd naar de erfgenamen van A.A. Milne. Toen konden ze er niets mee, want ze hadden de rechten van de boeken niet meer. Die hadden ze verkocht aan Disney. Maar die rechten hebben ze weer terug en de Milne Estate nam zelf contact met Benedictus op. Dat tweede hoofdstuk, waarin hij van Konijn een piraat had gemaakt, moest hij maar vergeten, verder mocht hij het nog eens proberen.2

Geen van de karakters valt uit zijn rol, aan het eerste hoofdstuk te zien. Pooh is meteen weer zijn potten honing aan het tellen en weet nog steeds niet of hij er tien of elf heeft. Knorretje wil weer een Erg Belangrijke Vraag stellen aan Pooh over een Gerucht dat hij heeft gehoord omtrent de Terugkeer van Christopher Robin, maar krijgt de kans niet. Uil doet weer alsof hij echt kan lezen, enzovoort. Kanga, Roe, Konijn, Teigetje en Iejoor zijn er natuurlijk ook bij. En er wordt weer in Hoofdletters gepraat als dat nodig is, vooral door Knorretje.

Het eerste hoofdstuk is gewijd aan de terugkeer van Christopher Robin (sinds 1928 niet meer gezien). Zijn vrienden organiseren een heuse Welcum Back Party. Dat is een even eenvoudig als vernuftig begin, want daarin heeft een hartverwarmende hereniging plaats. Christopher Robin is niet noemenswaardig gegroeid, te zien aan de tekeningen van Mark Burgess die wel dicht in de buurt van E.H. Shepard komen, maar hem niet imiteren. Hij komt op een fiets met een mandje waarin Coming-Home-cadeautjes zitten.

Kleine details laten zien dat Benedictus het fijne van de Pooh-wereld weet: hij laat Roe tegen Christopher Robin zeggen dat er genoeg puddingen, want hij en Teigetje hebben ze klaar gemaakt. De rode, die met de aardbeien, beveelt hij aan, want hij heeft zelf zijn zinnen op de groene gezet. Maar even later voelt hij zich daar schuldig over en beveelt hij toch de groene pudding aan. Iejoor, die altijd verongelijkt is, gedraagt zich ook karakteristiek: hij zegt dat Christopher Robin hem niet herkent. ‘Not that it’s important. After all, why should he?’ Christopher blijft ook zichzelf. Wanneer hij flink wat pudding heeft gegeten zegt hij tegen Pooh dat hij geen honing meer op kan. Wil jij het niet voor mij opeten, Pooh?: ‘I wondered, Pooh, whether you would be kind enough to eat it for me? Pooh was kind enough and did.’

Wanneer Benedictus ervoor heeft gezorgd dat er veel vertrouwds te lezen valt, en daarnaast van alles heeft bedacht dat voor verrassingen zorgt zonder wezensvreemd aan het verhaal te zijn, dan zal zijn Vervolg met knorrende en welwillende ironie worden ontvangen. Tenslotte zoemt het verhaal zelf ook van de ironie.

Carel Peeters 
 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *