Wat het licht doet

Ik sluit niet uit dat ik een zak chips at, toen ik het dagboek van Anne Frank las. En chips hadden ze in Bergen Belsen niet.  Nu kun je mensen niet verwijten dat ze een leuke avond willen, maar je kunt je wel afvragen of een leuke avond hebben past bij iets als het dagboek van Anne Frank. Vroeg of laat krijgen de meeste mensen met lijden te maken, liever laat natuurlijk. Lijden is een elementair deel van leven. Zelf verkies ik het dagboek te lezen boven een avond op pluche en met gekonfijte parelhoen. Zoals ik verkies mijn Mattheuspassion, persing 1945 in de uitvoering van het Concertgebouworkest onder directie van Willem Mengelberg te beluisteren, op een houten stoel, zeven keer opstaan om een plaat te draaien,  boven een arrangementje met Leusink.  Om eerlijk te zijn haat ik alles waar je een arrangementje van kunt maken, het is een van de meest misselijkmakende woorden in de Nederlandse taal. Met op een mooie tweede plaats: ‘lekker genieten’.

Bach schreef schitterende muziek, maar ik denk inderdaad dat je die niet moet genieten, maar kaal ondergaan en trachten mee te voelen, mee te maken, en niet aan te zien of aan te horen.  Kortom, er iets van begrijpen. Het gaat om de afstand. De industrie rond de Mattheus staat mij net zo tegen als een musical over Anne. Waarom?  Waarom denk ik dat op een houten kerkbank zitten in een kleine kerk beter is dan in een riante zetel in het concertgebouw? Omdat je mee moet lijden? Waarom moet je een dagboek van Anne Frank lezen en niet in een theater ondergaan met spektakel? Omdat die zaken tegengesteld zijn aan de essentie van de inhoud. Het dagboek van Anne Frank gaat over geheimen van een meisje in bange oorlogstijd, over haar hoop en verwachtingen en onze wetenschap dat die gefnuikt zijn op brute wijze. De passie van Bach gaat over religie en overgave. Je kunt beter dat dagboek lezen, of Het verhaal van mijn leven van Levie de lange bijvoorbeeld, om er iets van te begrijpen. Misschien kun je ook beter rustig naar muziek luisteren in je eentje dan het Leusink theatraal uit zijn tenen te zien trekken. Bij het Erbarme Dich denkt Leusink aan zijn bankrekening en ik voel dat. (Snapt zo’n man niet dat je niet kunt twitteren dat de stille week begonnen is? ‘De stille week is begonnen in de uitverkochte @Martinikerk. Morgen om 18.15 interview Pieter Jan Leusink @eenvandaag pic.twitter.com/W7PDa1clHE)

Dat brengt mij op de zon. Vanmorgen toen ik deze foto maakte bedacht ik me dat het misschien mogelijk is goed literatuur te definiëren als literatuur waarin de schrijver zich bewust is van wat het licht doet. Kijken is de belangrijkste bezigheid van de schrijver. Schrijvers die niet regelmatig of althans soms melden wat het licht doet, zijn minder goede schrijvers. Ik ga daar voorbeelden van verzamelen. Uiteindelijk hebben we weinig meer dan het licht in onze ogen, totdat we ook dat niet meer hebben.

 

‘Wer hat dein Augenlicht,

Dem sonst kein Licht nicht gleichet,

So schändlich zugericht’?

 

 

ps Wat het licht doet is een prachtige dichtbundel van de ondergewaardeerde dichter Hans Tentije.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.