After Party

Vindingrijkheid komt voort uit een beperking, en in die zin waren de coronabeperkingen een geweldige stimulans voor mijn meer subversieve vrienden. Zelf heb ik de afgelopen twee jaar geen illegale rave bezocht; tijdens de jaarwisseling skipte ik ook nog dat ene loodsfeestje in Noord, hoewel ik op het twaalfuurmoment zóveel onrust in me had dat ik mijn sterretjes nauwelijks kon vasthouden.

Tegen kleine huisborrels zei ik sinds de tweede lockdown geen nee meer, ook omdat ik de schade voor mijn gezin hoger schatte als ik er niet zo nu en dan opuit ging. Ik geloof dat ik dat soort illegale samenkomstjes – na de stille stad zelf, natuurlijk – het meest ga missen.

Afgelopen vrijdag was waarschijnlijk de laatste keer dat iemand van mijn kroegvrienden haar huiskamer openstelde omdat De Pels vroeg dicht ging, en alles voelde al anders.

Om te beginnen had drinken bij Cindy best gezien kunnen worden als repetitie voor een culturele uiting: bijna alle aanwezigen waren schrijver, en repetities voor culturele uitingen waren onder de beperkingen toegestaan. In een rugzak had ik de ingrediënten voor gin-en-tonics meegenomen, maar de opkomst was zo hoog dat vriend Sabry de biertaxi maar weer eens belde. Ik ben gehecht geraakt aan zijn tikkies, die altijd tegen het einde van de volgende ochtend binnenkomen.

We waren niet bezorgd dat een van de buren de politie zou bellen, laat staan dat er iemand zou komen om de ramen open te zetten voor ventilatie of het markeren van die plekken op de vloer waar we te allen tijde moesten blijven staan voor de correcte afstand. Hoewel wat we deden nog steeds niet mocht, mocht het al bijna weer wél, en geen klabak of boa zou zich daar nog druk over maken.

Ik keek om me heen in de volle woonkamer en klopte nog maar eens wat mensen op de schouders. Het was natuurlijk fijn dat iedereen er was, maar de drijvende kracht leek er een beetje uit. Voor een korte periode waren wij veertigvijftigers weer kwajongens en -meiden geweest. Nu werd het voor de laatste keer in ons leven tijd om dat los te laten.

De volgende ochtend, niet lang na Sabry’s tikkie, appte Cindy dat ze corona had.

Beeld: Walter Stokman – Sabry’s sokjes

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, schrijfdocent en journalist. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in de bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit (nominatie Academica) en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín en Dorp (nominatie Boekenbon- en Librisprijs).