De duivenkoning

De duiven op de Dam vroegen Moeder Natuur om een koning.

‘Als enigen in het dierrenrijk ontberen wij leiding,’ koerden ze tot vervelens toe. ‘Stuur ons een koning die bij ons past, waar we tegenop kunnen kijken.’

Dus Moeder Natuur, moe geworden van de aanhoudende ontevredenheid, vervulde hun wens. Ze schonk de duiven in haar oneindige genade een vorst.

Aan de achterzijde van het Paleis op de Dam zit hij. Een man met een muisgrijze baard in een lange jas die majesteitelijk rood kleurt. Met lenige, opgetrokken benen en de vingers in elkaar verstrengeld. Een ouwetje, met een tas waarvan de inhoud niet zichtbaar of bekend is, omringd door zijn koninklijke hofhouding van duiven. Het is een absurd gezicht. 

De duiven bezien hun leider met de nodige scepsis.

‘Z’n kop lijkt me leeg, zit er überhaupt iets van wijsheid in?’ vraagt de een zich hardop af.

‘Ik bedoel, die plastic Burger King-kroon geeft onze koning wel iets lulligs,’ fluistert de ander onopvallend.

‘Wat hebben we aan een meester die ons geen raad kan geven, geen inzicht kan verschaffen?’

‘Ik hoop dat er lekkernijen in die tas zitten. Stel je voor: broodkruimels in overvloed,’ jubelt een dikke duif. ‘Nooit meer bedelen op het plein.’  

‘Mensen zijn rovers,’ sneert een vrouwtje. ‘Inhalig als ratten. Let op mijn woorden, kameraad: nog geen kruimel krijgen we!’

‘Er verandert niets aan de kringloop van het leven. Eens bedelaars, altijd bedelaars,’ weet haar echtgenoot te vertellen.

De koning zegt intussen niets. Hij staart glazig voor zich uit en van enige beweging is geen sprake. Het gemor onder het gevogelte neemt toe.  

‘Net een standbeeld, verdomme.’

‘Als het zo doorgaat, kunnen we ’t wel laten.’

‘Verstaat-ie ons wel?’

‘Misschien verroert-ie zich als we op hem schijten.’

De duivenkoning blijft even roerloos als altijd, zittend op de stenen trappen en nagewezen door de voorbijgangers.

‘Volgens mij staan we ontzettend voor lul,’ jammert de duif met de kortste snavel.

‘We zijn de klos,’ concludeert de oudste duif. ‘Geef deze maar aan de meeuwen, die verdienen hem. De meeuw is een foute vogel.’

‘Die jatten altijd het lekkerste vuilnis!’

‘Schorem is het! Geteisem! Weg ermee!’

‘Juist! Naar de meeuwen met dit geraamte!’

‘Wij eisen brood!’  

‘Verwacht hij dat we hier de hele dag rond blijven hangen?’

‘Mooi niet, ik heb wel wat beters te doen.’

‘Ja zeg, het begint langzamerhand ridicuul te worden.’

‘Van het toeristenvolk krijg je meer reactie.’

‘Een stel Japanners heeft een halve hamburger naast de prullenbak gegooid.’ 

‘Ik vlieg ervandoor!’

‘Wacht! Wacht! Kameraden, wacht nou! Volgens mij gaat onze koning iets zeggen.’

En inderdaad, de droge kreukellippen barsten open en er verschijnt een vonkje in de pupillen. Spreek tot ons, nobele heer, spreek tot ons!

Met schorre stem zingt hij: ‘Mááárk… en Róóób… een clóóówn… en een harlekijn.’

Een onbekende en terecht vergeten smartlap op monotone wijze gezongen is waar de duiven het mee moeten doen. Ze vliegen gedesillusioneerd weg, richting de Dam. Daar is het weliswaar druk, maar daar worden ze tenminste gezien en gevoed; al is het door een grillige mensenmeute die het ene moment een vleiend kiekje maakt en etensresten rondstrooit, om het volgende ogenblik dwars door de duivengroep heen te banjeren of ze op een rotschop te trakteren.

De duiven prefereren aandacht boven géén aandacht.

Als mij gevraagd wordt waarom deze bijzondere man, met z’n Burger King-kroon en doffe ogen die niet meer meedoen, op deze merkwaardige plek zit, dan geef ik dit antwoord.

Een betere verklaring heb ik niet, ik ken ook niemand die mij er een kan geven, maar ik sta open voor elke aannemelijke suggestie.

Foto van Tim en Tirza
Tim en Tirza

Tim Veeter

Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.

 

Tirza Gehring

Tirza Gehring (1989) is actrice, fotograaf en tekenaar. Met een precieze en gedetailleerde handtekening schept Tirza tijdloze beelden, maar schuwt niet haar voorliefde voor historie en antiek daarbij in te zetten. Overal tekent en denkt ze in beelden, sferen en verhalen. Sinds acht jaar woont ze in Amsterdam.