Elders

Ik word wakker tegen zessen, kom voorzichtig overeind om mijn jongen door te laten slapen. Otis de Hond wacht onderaan de kleine trap en hoewel het nog nevelig is, met van die lucht die kil kleeft aan je huid, besluit ik hem meteen maar uit te laten.

Ik neem mijn telefoon mee omdat ik weet hoe mooi de ochtenden zijn. Zoals altijd zal ik een foto voor dit stukje maken. Het licht hoeft zelden bijgesteld.

Toen ik op onze eerste avond hier naar bed ging trof ik Nadim in diepe slaap aan met zijn hoofd op mijn kussen. Zijn eigen bed in de kamer met de pluchen beren leek hij niet eens geprobeerd te hebben.

Hoewel het meestal een recept is voor gebroken nachten, passen we nu prima in één bed. Nadim slaapt diep en kalm, voor mij weegt vooral het besef dat hij straks negen wordt en niet lang meer bij me zal willen slapen.

De pinksterdagen waren we vrij. We lazen onze boeken op strandstoelen in de tuin en Nadim maakte salades voor de lunch, een klusje dat hij zich zonder mijn bemoeienis eigen heeft gemaakt. Van tomaat, komkommer en appel hakt hij grove stukken, maar zijn dressings zijn op smaak en er zit goed veel olie in.

We liepen door de duinen. Groeven naar schelpen aan de vloedlijn, die ik kookte voor het avondeten. Ik maakte een selfie van ons in het licht van een lage zon en Nadim trok geen gekke bekken. Voor het eerst in jaren liet hij een tevreden glimlach vastleggen, zijn donkere sproeten als strooigoed rond zijn smalle neus.

We hebben coronahaar en ik geloof ook dat we stinken. De zee is nog te koud.

Al lijkt het in deze stukjes misschien niet vaak zo: mijn bestaan heeft nadelen. Schrijvers leven in financiële onzekerheid en krijgen nooit voldoende erkenning voor hun werk, maar terwijl Otis voor me uit draaft in deze nevel die van bosjes verre bergen maakt, besef ik dat ik bijna alle dagen van mijn jongens leven zelf heb meegemaakt.

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín.