Feestweek

Toen ik jong was – onder de vijfenveertig – heette de periode tussen kerstavond en nieuwjaarsdag onder mijn vrienden De Feestweek. Er gold dan één harde regel: als een vriend je smste dan moest je komen.

Ik herinner me karaoke-zingen in een verder lege Meander op Eerste Kerstdag; bachata dansen (wat ik eigenlijk niet kan) in de Savoy met een al dan niet echte politieagente die al dan niet echt een vrouw was; een bunkerfeestje in Noord waar de vloer bezaaid lag met een lichtgevend groene drab – mijn vriend Abel gleed uit, viel op zijn zij en was de rest van de nacht voor de helft lichtgevend groen.

En er was meer, veel meer, maar mijn punt is dat die Feestweken even geweldig als slopend waren: vrijwel geen slaap, veel alcohol, en drugs waar mogelijk. Meestal was de week erna de uitziekweek.

Zo’n echte Feestweek gaat niet meer – ik heb het vorig jaar nog geprobeerd, maar strandde al op derde kerstdag. Er zouden die avond vrienden langskomen, ik zou koken en dat héb ik ook gedaan. Praten lukte me alleen niet meer.

Je zou kunnen zeggen dat ik als vijftiger wat laat ben met het besef dat ik te oud word om een week wakker te blijven en daarbij zoveel in te nemen. Je zou gelijk hebben. Dit jaar lag ik steeds vóór halfdrie in bed. Ik heb op twee dagen zelfs nauwelijks gedronken. Mede daardoor herinner ik me:

Karaoke-zingen met mijn dochter bij haar tante op het platteland, en hoe mooi de zonsondergang daar was.

Mijn vrienden Arie en Marijn te eten hebben, en dat Marijn – een wiskundig wonder en de jongste professor van de prestigieuze Carnegie Mellon-universiteit in Pittsburgh – zich urenlang verloor in het afmaken van een puzzel van drieduizend stukjes met mijn zoon;

Koken bij me thuis met mijn collega’s van De Druif en onze curry daarna met het voltallig personeel opeten in ons zoete warme cafeetje;

Op babybezoek gaan bij een vriend en het badeendje dat mijn dochter voor zijn kindje uitzocht – het kostte Ada een halfuur om exact het juiste eendje te vinden in zo’n kuttige toeristenwinkel;

Een kerstdiner met mijn schoonfamilie in het tweede jaar zonder mijn ouders – dat ik ze steeds meer begin te missen en dat ik daar heel blij mee ben;

Gourmetten bij vrienden en dat ik gourmetten tot mijn grote schaamte steeds minder kut vind;

Borrelen met mijn oude feestweekvrienden en dat ik die avond om elf uur in bed lag;

Dansen in de woonkamer met vrienden en familie en dan op het dak kijken naar het laatste Amsterdamse vuurwerk ooit;

Vanaf dat dak de Vondelkerk zien afbranden aan de andere kant van de stad.

Een droevig afscheid van een levenslange traditie, dat benadrukte dat Amsterdam daar, net als ikzelf voor de feestweek, écht te oud voor is geworden.

Foto van Gilles van der Loo
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.