In rotsen grijs: Nocturne (II)

Hij glimlachte en keek om zich heen. Zachter vervolgde hij: ‘Vroeger, toen we dáár nog woonden, was er ook sociale onrust, zo aan het eind van de jaren zestig. Mijn ouders zijn toen nog bijna uit Hongkong vertrokken. Zo intens was het. Mijn moeder zei dat er bommen op straat lagen als ze ons naar school reed.’

‘Wauw. Echt? Wat was er aan de hand?’

‘Eerst waren er rellen omdat de eersteklaskaartjes bij de pont duurder waren geworden. Die demonstranten reisden zelf nooit eersteklas: ze waren te arm. Maar ze relden om te laten zien dat ze boos waren op het stadsbestuur.’ Hij keek me aan. ‘Er woonden meer mensen in Hongkong en de gezondheidszorg en het onderwijs waren niet op deze inwonersaantallen berekend. Dus het werd scheef: mensen met geld hadden wel een dokter en hun kinderen gingen wel naar school… Je snapt het.’

Ik knikte.

‘En een jaar of wat later, waren er rellen van communisten, die met het Rode Boekje van Mao zwaaiden. In beide gevallen veranderde de regering na die protesten hun houding een beetje. Na de onlusten bij de pont probeerden ze beter te luisteren naar wat de Hongkongers nodig hadden en ze probeerden ook beter uit te leggen waarom ze bepaalde dingen deden. En na het oproer van de communisten, die overigens werden gesteund door Peking, hebben ze een aantal politieagenten berecht die werden beschuldigd van politiegeweld. Bij de huidige protesten doet de regering niks. Ze houden vast aan hun plannen. Ze luisteren niet. En ze zijn ze er niet toe instaat om hun eigen fouten, of die van de politie in te zien.’ Hij legde zijn hand tegen het glas van het raam. Ik wist niet waar hij naar keek, misschien weer naar de plek waar hij ooit was opgegroeid.

‘Dus de Britten waren beter?’ vroeg ik na een korte stilte.

‘Op dit punt wel. Maar ook toen was er aan het eind van de dag ook geen echte democratie in Hongkong; het waren en bleven buitenlandse kolonisators, dat is nooit goed te praten. Wij konden, net als nu, niet onze eigen leider kiezen. De Britten waren de baas. Wij hadden hen niet gekozen en we konden hen niet wegstemmen. Maar ze lieten ons min of meer onze eigen gang gaan. En ze luisterden dus naar ons. Daardoor hadden we een zeker vertrouwen in hen. Nu laat de regering ons zeker niet onze eigen gang gaan en ze luisteren sowieso niet naar ons. Feitelijk zijn we opnieuw gekoloniseerd.’ Hij keek weer naar buiten. ‘Het is buiten ook veel warmer geworden. Al die airco’s lozen hun warme lucht op straat. In mijn jeugd was het stukken beter.’

Ik dacht aan het traangas van toen ik aankwam en de jongen die me bijna omverliep. ‘Maar eigenlijk hebben al die demonstraties nu dus helemaal geen zin?’ vroeg ik.

Hij glimlachte en knikte. ‘Het heeft inderdaad geen zin. En het is nog gevaarlijk ook. Maar er is een mooi gedicht, van Dylan Thomas: “Do not go gentle into that good night.”’ Hij draaide zich om, weg van het raam.

Ik keek rond. Er waren nu een stuk minder mensen. Ik moest eigenlijk maar eens gaan. Morgen was er weer een dag.

Er kwam een vrouw binnen. Ze liep op ons toe.

‘Papa, wei, ngodei jiu zau la. Ngodei jiging hou ci-la.’

David Wong stak zijn hand naar me uit. ‘Dit is mijn dochter. Ik moet gaan.’

‘Ga je naar huis?’ Ik drukte zijn hand.

Hij lachte. ‘Nee. We gaan demonstreren.’

Ik draaide me terug naar het raam. Uitleveringswet. Democratie. ‘Do not go gentle into that good night,’ mompelde ik. En ik dacht aan Nederland. Het Vrije Westen. Ik keek nog eens naar de omgeving waar hij ooit was geboren en waar nu alleen maar wolkenkrabbers stonden. Beneden op straat verschenen plotseling overal kleine lichtjes en het werden er steeds meer. Ze begonnen en masse te bewegen en vormden een lange sliert door de straten. De nacht verdween even. Ik vroeg me af wat de politie ging doen, of ze iets gingen doen. Ik tikte tegen het raam. Daarna liep ik naar beneden.

Dit is het laatste deel van het feuilleton ‘In rotsen grijs’.

Sybren Sybesma

Sybren Sybesma (2001) werd in Leiden geboren. Zijn moeder komt uit Hongkong. Na de middelbare school deed hij een jaar vooropleiding klassiek piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Momenteel studeert hij Biomedische Wetenschappen in Leiden. Hij volgde een cursus korte verhalenschrijven aan de Schrijversvakschool in Amsterdam bij Nico Dros. Bij de Mare kerstverhalenwedstrijd won hij twee keer de derde prijs. In juli werd een Friestalig essay van zijn hand gepubliceerd in het Fries literair tijdschrift Ensafh.