Mijn Indonesische jaren: Pramoedya Ananta Toer (II)

In de periode dat ik in Jakarta woonde (1982-1990) kwamen er diverse delen uit van Pramoedya’s tetralogie Aarde der mensen. Ik ging dan altijd zo snel mogelijk naar de eerste verdieping van het winkelcomplex Pasar Senen, waar uitgeverij Hasta Mitra een boekwinkel had. Dan kocht ik meerdere exemplaren, voordat het boek wegens zijn vermeend marxistisch-leninistische strekking zou worden verboden; dit gebeurde vaak al na enkele weken. Pramoedya was soms bitter over de geringe verspreiding van zijn boeken in Indonesië: ‘Het is als schrijven in het zand.’ In Maleisië konden zijn romans echter ongehinderd verschijnen en die exemplaren werden door zijn aanhangers ook in Indonesië verspreid.

Mijn contract met het Ministerie van O&W liep af in augustus 1990 en ik verliet Indonesië, maar een klein jaar later was ik terug op uitnodiging van Novib[1]. Samen met regisseur Wil van Neerven van de IKON bracht ik een hele dag door in het gezelschap van Pramoedya en diens uitgever Joesoef Ishak (1928-2009), ook een voormalig politiek gevangene.

Ik interviewde Pramoedya met het oog op het festival Indonesia Nu, dat in september 1991 werd georganiseerd door Novib en het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Het gesprek vond plaats op vrijdag 26 juli, in Pramoedya’s studeerkamer. Wil van Neerven werkte samen met twee Indonesische cameramannen van wie de namen niet bekend mochten worden. Aan het einde van elke band brak even de spanning die zich langzamerhand had opgehoopt. Mijn uitwerking van het interview is samen met een essay van August Hans den Boef over de Buru-tetralogie terechtgekomen in een boekje van uitgeverij De Geus, dat in 1991 in grote oplage verscheen. In 2008 publiceerde uitgeverij Komunitas Bambu in Jakarta een Indonesische vertaling. 

Op de eerste avond van het festival Indonesia Nu werd de documentaire ingeleid door Rudy Kousbroek (1929-2010), die ook in de montage van het portret figureerde met commentaar op Pramoedya’s leven en werk. Kousbroek had op 24 november 1987 met Pramoedya kennisgemaakt. Ik had hem en de dichter Remco Campert begeleid op het grillige taxiritje naar Pramoedya’s woning. Het was een hartelijke ontmoeting: toen het tot Pramoedya was doorgedrongen dat de man tegenover hem Rudy Kousbroek was, sprak hij verheugd zijn naam uit en omhelsde hem. Remco maakte een foto van hun ontmoeting, die gewoonlijk wordt afgedrukt met de vermelding ‘rond 1990’, maar het was in het Multatuli-jaar, 1987, toen beide schrijvers waren uitgenodigd voor een congres van de afdeling Nederlands op de nieuwe campus van de Universitas Indonesia in Depok.

In mei 1998, na het aftreden van president Soeharto, werd Pramoedya’s stadsarrest opgeheven. Hoewel zijn uitreisverbod nog niet was opgeheven, lieten de autoriteiten hem vertrekken omdat de Amerikaanse overheid hem officieel had uitgenodigd. Na een maand in de VS bezocht hij Nederland en Frankrijk. Op 19 juni 1999 ontving hij in Parijs de onderscheiding Chevalier de l’Ordre des Arts et de Lettres. Hij was samen met zijn vrouw Maemunah Thamrin gekomen.

Ik was vanuit Straatsburg, waar ik toen doceerde, naar Parijs gegaan om hen te ontmoeten en dit heuglijke moment mee te maken. Ik logeerde bij de dichter Sitor Situmorang (1924-2014) en zijn tweede vrouw Barbara Brouwer, die als diplomaat op de Nederlandse Ambassade werkte. Wij namen de metro naar de Maison des Écrivains, waar Pramoedya de versierselen kreeg opgespeld. Omdat hij nogal doof was, klonken de woorden van de Indonesisch-Franse tolk galmend door de zaal. In zijn dankwoord trok Pramoedya een parallel tussen de Franse en de Indonesische Revolutie.

Na de ceremonie werd hij bestormd door journalisten, ook uit het buitenland, die speciaal voor deze gelegenheid naar Parijs waren gekomen. Op een vraag of hij het niet jammer vond om de verkiezingen in Indonesië, die rond die tijd werden gehouden, te moeten missen antwoordde hij dat deze verkiezingen voor hem geen betekenis hadden, want degenen die ze hadden uitgeschreven behoorden nog steeds tot het oude regime, dat van de Nieuwe Orde (de Orde Baru, of Orba). Pramoedya geloofde niet erg in de geproclameerde Reformasi en zou later spottend naar het nieuwe regime verwijzen als de Orbaba: de nieuwe nieuwe orde.

Na de Franse plechtigheid reisden Pramoedya en zijn vrouw nog door naar Duitsland. Ik heb hen na Parijs niet meer gezien. Pramoedya overleed op 30 april 2006 aan complicaties veroorzaakt door zijn suikerziekte. Zijn vrouw stierf op 8 januari 2011. 


[1] sinds 2006 Oxfam Novib

Kees Snoek

Kees Snoek (1952) doceerde Nederlandse taal en letterkunde aan universiteiten in Michigan, Indonesië, Nieuw-Zeeland en Frankrijk (Straatsburg en Parijs). Hij publiceerde onder meer de biografie van E. du Perron (2005) en vertaalde poëzie van Sitor Situmorang en Rendra. In augustus verscheen bij Van Oorschot Wissel op de toekomst, zijn keuze uit de brieven van Sjahrir (de eerste premier van Indonesië) aan zijn Hollandse geliefde.