Onder de opper

De storm stak vannacht op, de bus waarin we sliepen begon als een stampend schip heen en weer te bewegen, rukwinden gierden onder de zonnepanelen door en we hoorden de bomen op het erf ruisen. Toch even op de dijk kijken, wat is dat toch die drang altijd? Warre goed ingepakt en stevig aan de hand liep ik naar de auto.

Dezelfde tocht als altijd als ik ga varen. Als er slecht weer wordt voorspeld eerst even op de dijk kijken hoe de Schelde er uitziet. Je kan duizenden weerberichten downloaden en met elkaar vergelijken, maar soms moet je ook je kop uit het luik steken, hoorde ik een andere schipper alweer jaren geleden zeggen. Dat is iets waar je op zee altijd automatisch mee bezig bent, zelfs al je in je hut ligt te slapen: hoe ligt het schip in de golven, hoe hoog zijn de golven, wat voor geluiden, welke zeilen staan er op? Is de wind vlagerig of constant? Met kortere tochten in Zeeland is dat anders. Je hebt alle weerberichten altijd bij de hand, maar je moet ook op je gevoel en getij af gaan. Met een noordwester zit je redelijk onder de opper van Schouwen Duiveland als je vanuit Zierikzee zou vertrekken. Wachten op de brug is nooit prettig met veel wind (als hij dan al draait) maar met zuidwestenwind en opkomend tij echt niet aan te raden vanwege de lager wal. Afwegingen en routes die je kunt nemen, uitwijkmogelijkheden en ga zo maar door.

Als ik de wind niet helemaal vertrouw, rij ik altijd de omweg die ik vandaag ook deed. Bij Viane kwam ik de dijk op, zag de meeuwen landinwaarts over de Prunje scheren en op de dijk een prachtig kleurenspel van een nog net niet opkomende zon waarvoor grijze stormwolken over Tholen en Beveland trokken. Pas ver uit de slikken van Viane (het was eb) zag ik witte schuimkoppen. Omdat de wind meer west dan zuidwest was, bouwden de golven minder op. Een binnenvaartschip ploegde vanaf de Krammer door de Zijpe naar de Tonnenvlaai, daar wist ik, was het met eb wat meer beschut voor golven achter de banken. Achter de dijk reden we naar de weg die wel het meest tot de verbeelding sprekende naam van het eiland heeft: ‘Weg van de buitenlandse pers’. Ja op de dag af 69 jaar geleden ging het hier wel fout met zo’n noordwesterstorm. Bij het gemaal zag ik een auto van het waterschap. ‘Beperkte dijkbewaking’ zou mijn vader zeggen. Onder de snel overtrekkende wolken speurde ik de dijken en inlagen af. Waren er geen schapen omgerold? Anders met m’n laarzen het land in om de schapen weer op hun poten te duwen. Maar ze stonden allemaal nog, met de kont in de wind. Bij de Zuidbout konden we weer over de Oosterschelde kijken. Witte golven kwamen aanrollen vanaf de Zeelandbrug, een prachtig schouwspel. Weinig schepen op het water en dat was ook niet gek. Eenmaal Zierikzee ingekomen, dit keer geen schip om op te varen, die ligt op de werf, veilig in een sloot tussen de bebouwing, ging ik brood kopen. Brood om straks bij de soep te eten als Suzan weer uit de boomgaard gewaaid zou komen. Het leven als thuisvader, elke dag even op de dijk kijken. Het mooie van zo’n storm in de winter is: uitvaren hoeft toch niet. Een paar minuten op de dijk en mijn haar zit weer goed.

Wiebe Radstake

Wiebe Radstake groeide op tussen de boeken van zijn ouders in tweedehands boekwinkel Boven het Dal te Zierikzee. Hij is zeekapitein op zeilschepen rond de wereld. Naast de zeezwerftochten die hij maakt, haalt hij zijn inspiratie uit het dwalen door de steden en het struinen over stranden. Hij werkt aan een brieven/reis boek met de titel Thuisvaarder/Thuisvader. De logs van Tirade zijn korte stukken uit Thuisvaarder.  Het gaat over Wiebe als jonge kapitein van een groot zeilschip zonder motor op weg van de Dominicaanse Republiek naar Amsterdam in tijden van Corona. Het tweede deel (Thuisvader) gaat over het krijgen van een kind en het als zeeman op de wal leven.