Ondergeschoven moeder – ‘Neglect is the worst form of racism’

 

tribunaalAfgelopen dinsdag vond er in de Singelkerk te Amsterdam een literair tribunaal plaats. Aanklager Gerard Spong betichtte Daan Heerma van Voss dat hij met de publicatie van zijn autobiografische roman De vergeting te ver was gegaan: familieleden en vrienden worden met naam en toenaam genoemd en komen niet altijd even glorieus naar voren. Voor de volledige tenlastelegging t.a.v. de verdachte, klik hier

Echt nieuw is die klacht natuurlijk niet. Voskuil verwerkte zijn collega’s in ‘soap voor intellectuelen’ Het bureau, Naima El Bezaz werd na de publicatie van Vinexvrouwen bedreigd door haar Vinex-buren en de Noorse Karl Ove Knausgard wordt sinds Min Kamp genegeerd door de familie van zijn vaders kant (zijn vrouw heeft, heel verstandig, geen van de zes delen gelezen). Wie bij leven geen last heeft van privacy-gevoelige vrienden en familie, krijgt dat wellicht na zijn dood nog: denk aan de door Schafthuizen gecensureerde teksten in de biografie van diens lief Reve, en naar het schijnt was het uiteindelijk Nietzsche’s zus die de geschriften van de filosoof na zijn dood ‘nazificieerde’.

 Enfin. Ik was niet bij het literair tribunaal afgelopen dinsdag, maar lees dat Daan Heerma van Voss gesteund werd door een advocaat (zijn redacteur) en twee getuigen (vrienden). Zijn moeder stond aan de andere kant, zij klaagde haar zoon aan. Het vonnis werd uitgesproken door rechter Felix Rottenberg, die een taakstraf oplegde: schrijf een excuusbrief aan je moeder. Betekent dit dat Heerma van Voss ook schuldig werd bevonden, of probeerde de rechter beide partijen gewoonweg tevreden naar huis te sturen?

Interessant is de kwestie natuurlijk wel. Een schrijver moet alle vrijheid hebben (alhoewel hij uiteraard impliciet en veelal onbewust altijd aan bepaalde vorm-conventies voldoet), maar zodra de titel ‘roman’ slechts een middel wordt om schaamteloos over vrienden en familie te kunnen schrijven, gaat er iets mis. De roman moet namelijk het doel zijn – het schofferen van je naasten is dan slechts een middel, en niet andersom.   

Moeder Christien Brinkgreve vertelde vorige week in debatcentrum De Nieuwe Liefde waarom ze haar zoon wilde aanklagen in het (door hemzelf bedachte) literair tribunaal. Haar probleem met De vergeting was niet zozeer dat ze er wat bekaaid vanaf kwam, maar vooral dat Heerma van Voss een dierbare jeugdherinnering aan zijn vader toeschrijft.

Heerma van Voss heeft dit verwijt in het boek opgenomen. Hij beschrijft hoe zijn moeder het manuscript heeft gelezen en hem in tranen opbelt. Ze vraagt waarom ‘het steeds de vader is die je helpt en nooit de moeder’? Ze heeft het nagevraagd bij haar man en die bevestigt: niet hij, maar zij zat ‘s nachts altijd met haar astmatische zoon op schoot in de douche te stomen. ‘Ben ik zo vanzelfsprekend en normaal dat ik onzichtbaar word?’

Heerma van Voss weigert het te veranderen. Hij vindt dat herinneringen niet gecorrigeerd kunnen worden. En daarin heeft hij natuurlijk grotendeels gelijk. Wat zou er wel niet met de roman gebeuren wanneer elke herinnering feitelijk gecheckt moest worden? Het gat dat in ruimte en tijd ontstaat en opgevuld wordt door de schrijver, is interessanter dan de werkelijkheid.

In De Nieuwe Liefde sprak Brinkgreve van een persoonlijke gerief, maar belangrijker nog was haar professionele klacht: als socioloog en feminist heeft ze vaak genoeg gezien dat de vrouw wordt weggeschreven. De moeder is een ondergeschoven ouder. Haar vanzelfsprekende rol in de opvoeding van het kind, ondermijnt haar positie. Vanzelfsprekendheid is een haast onaanvechtbaar onrecht, en juist dat maakt het zo moeilijk. ‘Neglect is the worst form of racism’ las ik deze week in De republiek, de nieuwe roman van Joost de Vries.* 

Dit maatschappelijke ‘neglect’ van de zorgende vrouw, wordt flink bekritiseerd door ‘care ethics’ feministen. Veel van deze zorg-ethiek feministen zien zorg als iets inherent vrouwelijks, en eisen meer waardering voor deze kwaliteit. Aandacht, anticiperend vermogen en een goed oog voor de nabije omgeving zouden de wereld verbeteren. Daar hebben ze gelijk in. Alleen zou ik die eigenschappen niet specifiek aan sekse willen verbinden: het zijn bovenal kenmerken van de literatuur.

Een herinnering is een herinnering is een herinnering. De schrijver zal zeggen dat hij die niet gaat veranderen puur om politiek-correct te zijn, of om familie tevreden te houden. Maar het is veelal de herinnering die ‘politiek-correct’ is, die zich naar de maatstaven van het normale vormt.

De literatuur behoort een zorg-ethiek na te streven. Niet om een politieke agenda te verdedigen, maar omdat voor de auteur die zich verwondert, nauwelijks vanzelfsprekendheden bestaan.

 

 


* Vandaar dat ik hier nog even wil zeggen: Gefeliciteerd Manon Uphoff met het winnen van de Opzij Literatuurprijs! Ik ben het niet eens met de kritiek van collega Martijn, die de genomineerden opriep om de prijs te weigeren. Voorlopig kies ik liever voor openlijk positieve discriminatie die het ‘neglect’ blootlegt, dan dat we de vergetelheid haar self fulfilling prophecy werk laten doen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.