The Snow Queen

Michael Cunninghams nieuwe boek The Snow Queen is uit. Sinds een week heb ik het op mijn e-reader. Ja, mijn e-reader. Heeft allemaal te maken met een lang verblijf in een ver buitenland waar ze geen echte boekwinkels hebben.

Wat mij betreft was Cunningham altijd de Prince van de literatuur. Dat kan ik ook nog uitleggen. 

Waar veel kunstenaars dezelfde truc steeds beter, of steeds hetzelfde doen, viel een nieuwe plaat van Prince aanvankelijk altijd tegen. De nummers leken in niets – of in ieder geval heel weinig – op het materiaal waarvan je inmiddels zo was gaan houden. In zijn nieuwe werk moest je je altijd eerst verdiepen, en tegen de tijd dat je heel Sign of the Times dan uit je hoofd kende was het onvoorstelbaar geworden dat de kleine man uit Minneapolis ooit met iets beters had kunnen komen.  

Met de eerste bladzijden van The Snow Queen had ik om een andere reden niet veel. Een homoseksuele veertiger ‘on the rebound’, deelt een appartement met zijn cokeverslaafde broer en diens zieke vriendin (kanker van een progressief soort). Het deed me qua sfeer en personages nogal denken aan Cunninghams laatste roman By Nightfall, terwijl het verschil tussen zijn boeken dus meestal zo knap is (voor By Nightfall schreef hij bijvoorbeeld het bizargeconstrueerde Specimen Days).

Als een van de hoofdpersonen op zijn vaste rondje door het park overdonderd wordt door een mysterieus licht aan de hemel, verandert echter alles. Op een of andere manier heeft deze bijna religieuze ervaring – die hij met niemand deelt – als effect dat de tot dan toe wat losjes uitgezette lijnen in een kristalhelder perspectief worden getrokken. 

Mijn meeste leeswerk doe ik in bed. Met The Snow Queen bleek dat onmogelijk. Cunninghams nieuwe roman is zó rijk dat je er met je volle aandacht bij moet zijn om alle parels op te pikken. Nog nooit heb ik zo lang over een boek gedaan dat ik – na de eerste bladzijden – zo prachtig vond. 

Hieronder de passage waarin hoofdpersoon Barrett even stilstaat naast het slapende lichaam van zijn op dat moment nog terminaal zieke schoonzus Beth: 

“Barrett bends low, puts his face so close to Beth’s that he can feel her breath on his chin. She’s alive. She’s alive right now. Her eyelids twitch over a dream. He imagines her dreams as pale and buoyant, bright even in extremis; no lurking invisible terrors, no shriek of annihilation, no innocent-seeming heads turning to reveal black holes instead of eyes, or teeth like razors.”

Een korte zin in heel gewone taal, maar zo vreselijk precies gekozen:  She is alive right now. 

Op dit moment leeft ze, maar ook: Nu leeft ze nog. En ook: Dit is het moment waarop ik me realiseer dat ze er precies nu, op dit ogenblik, nog is. Waarop ik ten volste besef dat er zo verschrikkelijk weinig afstand zit tussen het nu, en een straks waarin ze niet meer voorkomt.

Barrett wenst haar lichte, heldere dromen. Hij visualiseert de monsters die in haar slaap zouden kunnen voorkomen en verdrijft ze. Dat is ongelooflijk mooi verbeelde liefde. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver, culinair recensent en docent aan de Schrijversvakschool. Hij was redacteur van Tirade en zijn fictie verscheen online en in diverse bladen. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind en Het jasje van Luis Martín. In 2021 komt Gilles’ nieuwe roman Dorp uit.