Verdwijnmensen

Er zijn mensen die veel te goed zijn in verdwijnen. Het is gebeurd voor je doorhebt dat ze aan het verdwijnen zijn, zo snel als geluk om kan slaan in verdriet en een grijze lucht tot blauw kan verwaaien.

Mijn basisschoolvriendinnetje verhuisde naar het buitenland, en daarna heb ik nooit meer iets van haar gehoord. Mijn studievriend, met wie ik alles besprak in de collegezaal, behalve onze studie, loste op toen ik vroegtijdig stopte omdat ik schrijver wilde worden. Mijn opa ging dood.

Vlak na een verdwijning zitten die mensen nog in je systeem, liggen ze bovenop de stapel met gedachten. Bij kleine dingen denk je aan ze. Ze zijn nog niet echt verdwenen, maar zo gekrompen dat ze in je hoofd kunnen wonen, als een vriendelijk virusprogramma dat constant meedraait.

Na een tijdje slinken ze, totdat ze ook in je hoofd zijn opgelost, en slechts bij vlagen nog even opduiken. Zo denk ik bij een schilderij van Rothko altijd nog even aan mijn studievriend, moet ik bij het horen van de naam Fleur altijd even aan mijn basisschoolvriendinnetje denken, zie ik mijn opa weer voor me als iemand een John Denverbril draagt.

Op een vreemde manier veroorzaakt het denken aan een van deze drie bijna altijd een kettingreactie – ze zijn in mijn hoofd bij elkaar gaan horen, en ik heb geen idee waarom. Op een borrel werd ik laatst voorgesteld aan een Fleur, dus dacht ik aan Fleur. In de vlaag van weemoed die bij haar komt kijken, dacht ik ook weer even aan mijn studievriend: hoe het met hem zou gaan, waar hij nu mee bezig zou zijn, of hij zijn studie wel heeft afgemaakt. En daarna dacht ik aan mijn opa. Niet aan hoe het met hem zou gaan of wat hij nu zou doen, maar wat ik tegen hem zou zeggen als hij morgen ineens voor mijn deur stond.

Toen ik naar huis trapte, voelde ik ook een boosheid, die ik vaak voel als ik aan ze denk. Ze hebben nooit meer contact met me opgenomen, geen moeite gedaan om onze relatie weer te herstellen. Aan de andere kant: dat heb ik ook niet gedaan, dus ik ben net zo schuldig, als verdwijnen iets te maken zou hebben met daders en schuld.

Ik weet waar de studievriend woont, dus misschien moet ik eens aanbellen. Het basisschoolvriendinnetje heb ik gevonden op sociale media, maar ik durfde niet op haar profiel te kijken – wellicht moet ik haar een keer een bericht sturen, als ze nog weet wie ik ben.

Mijn opa is nog altijd spoorloos.

Foto van Twan Vet
Twan Vet

Twan Vet (1998) schrijft poëzie, proza en liedteksten.

Zijn gedichten verschenen eerder in literaire tijdschriften zoals De Revisor, DW B en Het Liegend Konijn en in kranten zoals NRC en AD.

Hij blogt wekelijks voor Tirade.

Foto: Roderique Arisiaman