Vrienden

De documentaireserie ‘Klassen’ is niet onopgemerkt gebleven, waardoor ik, acteur in hetzelfde genre, plotseling een groot publiek voor me zie. Hebben jullie gekeken mensen, gezien hoe prachtig ons werk is en hoe onrijp soms onze vrucht? Dank Sarah Sylbing en Ester Gould, voor die intieme blik op achtstegroepers in Amsterdam-Noord, onderweg naar hun Grote Oversteek, en op enkele middelbare scholieren die al aan een Overkant zijn. Met parallelle scènes uit verschillende scholen filmen jullie wat wethouder Marjolein Moorman een ‘gif in de samenleving’ noemt, het wetenschappelijk aangetoonde onrecht van ongelijke kansen. En nu weet ook ‘Klassen’ kijkend Nederland dat het schooltraject van kinderen afhangt van het opleidingsniveau en inkomen van ouders.

 De serie is niet alleen maar documentair. Treffend schreef Gerwin van der Werf in Trouw dat hij het gevoel had naar een Netflixserie te kijken. In de gekozen aanpak groeien de geportretteerde kinderen en leerkrachten uit tot personages, in wie we ons inleven en die, zo gaat het mij tenminste, in ons voortleven – archetypen worden: een Anyssa, een Yunuscan, een Gianny, een juf Jolanda, een meester Thijs. Wij kijkers – ik reken me weer even tot u, publiek – begrijpen het pijnlijke verhaal dat jullie makers ons vertellen en we willen kinderen met zieke opa’s, met analfabete ouders, in een flat vol herrie, in een fuik van testosteron en straatgeweld, helpen en redden en opstuwen en ja, eerlijke kansen geven. Maar omdat de documentaire ook speelfilm is, zien we meer dan het oppervlakkige narratief. Of laat ik zeggen: we zien het onderhuidse ervan. Neem Viggo.

 Wanneer Viggo thuis uit het raam kijkt, ziet hij geen beton maar weiland. Waterplas, rietkragen, een buizerd op thermiek. Hij woont aan de rand van Noord, waar de witten wonen. De geprivilegieerden. Viggo’s ouders zijn hoogopgeleid, we veronderstellen dat ze geld hebben en ambitie. Op de school van Viggo zitten kinderen die allemaal naar het vwo willen, want daar begint de weg naar het geluk. De Citotoets is aanstaande, onderling hebben ze het nergens anders meer over. Kijk ze daar zitten, aan de rand van het voetbalveld, gezworen vrienden, wijsneuzend over de toekomst. Ze pochen over hun voorlopig schooladvies. Dan zoomt de camera in op Viggo en registreert zijn blik. Hij zegt niks, de voice-over blijft stil, en ons is de vrijheid vergunt in Viggo’s hoofd te gaan zitten. Te denken wat hij denkt. En ík denk dat hij bang is. Meester twijfelt of hij het vwo wel aankan. En wat dan? We horen Viggo zeggen dat hij ‘véél liever vwo krijgt’, want ‘het is voor de rest van je leven’, maar vooral omdat hij, denk ik dat hij denkt, bij zijn vrienden wil blijven.

 Een van de lessen van ‘Klassen’ gaat over ‘erbij horen’. Terwijl in de klas van Viggo de spanning oploopt naarmate de Oversteek nadert, worstelen zijn ouders met de prestatiedruk waaronder hun zoon gebukt gaat. Ik geloof zeker dat er ouders zijn die torenhoge verwachtingen van hun kinderen hebben en ze naar dure bijlessen sturen zodra er wat tegenwind opsteekt, maar er zijn ook hoogopgeleide ouders die verstandig zijn. Viggo’s moeder vertelt dat ze met een lagere opleiding misschien wel meubelmaker geworden was en dat ze dan misschien wel gelukkiger geworden was in haar werk. Vader vraagt zich af wat echt belangrijk is: ‘Gaat het om presteren en goede cijfers of gaat het erom dat je een relaxed leven hebt en leuke vrienden en… wat minder succes. Want alles komt met een prijs, natuurlijk.’ Soms zijn het te ambitieuze ouders, vaker – lijkt mij het portret van Viggo en zijn ouders te suggereren – is het de competitieve sfeer in de klas en de angst er niet bij te horen, vrienden te verliezen, die kinderen tot het uiterste pushen.

Sorry Viggo, dat ik hier allerlei dingen over je beweer, je gedachten en gevoelens toeschrijf, het is niet mijn gewoonte. Ik ken je niet persoonlijk, ik ken je als personificatie van wie het geluk is toebedeeld aan de gunstige kant van kansenongelijk Nederland te verkeren. Hopelijk vind je het oké. Je hebt me iets laten inzien. Het moeilijkste van de Oversteek, van doorgangsriten in het algemeen, is dat je er alleen voor staat. Aan de Overkant hoop je dat je vrienden er weer zijn. De mensen waar je niet zonder kunt. Weet je nog de laatste sequentie met jou? Je bent met je moeder aan het kanovaren en rust even uit op een bankje. Je moeder vraagt dan hoe jij denkt dat je er over twintig jaar bij zit, waar je dan woont. Jij zegt: ‘Ik hoop zo, waar ik nu woon.’

   ‘Dan word je mijn buurman,’ zegt je moeder.

   ‘Ja, waarom niet?’ zeg jij.

   ‘Heel gezellig,’ vindt je moeder.

Jack de Boer

Jack de Boer (1966) is leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Zijn meer dan vijfentwintig jaar aan onderwijservaring heeft hij opgedaan in Amsterdam en Franeker, en vormt een belangrijke bron voor zijn schrijverschap.

Zijn fraaie, essayistische  De gelukkigste klas toont wat het betekent basischoolkinderen door een jaar heen te begeleiden, op weg naar een betere toekomst.