Ongehoord

Afgelopen weekend was ik bij een protest aanwezig. Alhoewel ik er bij nader inzien niet trots op ben, was dat niet het woonprotest, maar ‘dat andere’: Unmute Us. Voordat ik de schrijfwereld betrad was ik muzikant. De laatste tijd maak ik niet veel muziek meer. Niet alleen omdat ik andere bezigheden heb, maar ook omdat het uitvoeren ervan erg moeilijk is gemaakt. Dus ik besloot om mee te lopen, uit protest: waarom arena’s wel vol zwetende voetballers en hun fans, maar niet vol spelende muzikanten en die van hen?

Er waren veel mensen. Maar ik kwam niemand tegen die ik verwacht had: mede-muzikanten, producers, creatievelingen die al een tijd niet hebben kunnen creëren. Wel: ongevaccineerden, corona-ontkenners, en twintigers die al een tijd niet hebben kunnen raven. Ik liep mee, probeerde de gele paraplu’s en vlaggen met doorgekraste injectiespuiten te vermijden. Op zondag was ik niet in voor nog een mars, maar misschien had ik toch moeten gaan. 

Schrijver, muzikant, maar eigenlijk op de eerste plaats Amsterdammer. Met weinig hoop op een woonruimte na mijn afstuderen in december. Een vriendin van mij (ook 27) heeft zich nog net voor een jongerenwoning kunnen inschrijven: na een wachttijd van bijna 10 jaar op Woningnet zat ze nog een half jaar onder de leeftijdsgrens voor zo’n appartement. Een andere kennis is opnieuw bij haar moeder gaan wonen: die woont in een grachtenpand, en hoewel dat een luxe is stipt het tegelijkertijd aan waar onze generatie sowieso géén kans op krijgt. Drie jaar terug woonde ik in een antikraakpand in Noord, waar mij en mijn toenmalige huisgenoot werd beloofd dat we er minimaal een jaar mochten zitten. Na drie maanden moesten we eruit: het werd gerenoveerd. Het huis ziet er, in ieder geval aan de buitenkant, nog hetzelfde uit.

In de tussentijd schieten er wel ontelbare, onbetaalbare high rises als paddestoelen uit de grond.

Ik heb Amsterdam nog nooit zo erg als een thuis beschouwd als nu. Nu ik er zo lang ‘vast’ heb gezeten en alle onbekende hoekjes en gaatjes onverstoord heb kunnen bezoeken. Nu er weer toeristen zijn die ik vanuit een fietsende machtspositie wel of niet over kan laten steken. Nu de kans groeit dat ik hier straks niet meer terecht kan. Ik wil graag geloven dat iedereen zich ergens op aarde genoeg thuis voelt om dit besef van privilege te herkennen. Maar hoe kan ik zoiets geloven na al dit nieuws, niet alleen over de woningnood van ons, de locals, maar ook die van de talloze vluchtelingen die hier heil zoeken? 

Ik gun iedereen het gevoel van ergernis wanneer er weer een verwarde toerist voor je wielen struikelt. Het gevoel van trots wanneer je vrienden en familie de weg naar de wc wijst in je eigen huis. Huis-, tuin- en keukenprivilege. Un-move us.

Foto van Fannah Palmer
Fannah Palmer

Fannah Palmer (1994) studeert momenteel online aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft zelf fictie, poëzie en af en toe een essay. Naast haar ambities in de uitgeverswereld hoopt ze in de nabije toekomst veel eigen werk uit te brengen.